Jansmabergum.nl 

op zoek naar betekenis 


Maaike Douwes Wadman; een reconstructie van haar en haar eerste kinderen en personeelslid

(21 september 1811 Hurdegaryp- 12 februari 1855 Burgum), 43 jaar geworden. 


Als eerste had ik een naam en de geboorte en de trouwdatum, want Maaike trouwde met mijn voorvader Sjoerd Tijsses Jansma in 1829 in Bergum. Toen ik mij in de data van haar leven verdiepte, kwam er langzamerhand een beeld bij mij op, over hoe haar leven verlopen moest zijn. 

De beschrijving van Maaike, enigst kind, echtgenote en moeder is gereconstrueerd aan de hand van akten en oude kaarten. De reconstructie is geen makkelijk te lezen familieverhaal en wat lastig te lezen. Voor mij was het essentieel om informatie over Maaike te vinden. Het werd een zoektocht naar landjes oostelijk van Leeuwarden en westelijk van Tietjerk en langs de Zomerweg, een oud gebied, en voor mij in eerste instantie moeilijk omdat ik niet uit die buurten vandaan kom, en alles vanuit het internet moest zoeken. 


Ouders en locaties van weid-en bouwland.

Douwe Hendrik Wadman en Grietje Pieters Sikkema waren de ouders van Maaike. Het is onduidelijk of er meer kinderen waren in dit gezin. Douwe Wadman en Grietje Sikkema waren middenstanders uit Tytsjerk. Beide echtelieden namen weid- en bouwland mee wat ze hadden verkregen uit erfenissen van de Wadman’s en Sikkema’s.  Bij de familie Wadman was er een lappendeken ontstaan van kleine stukjes land aan de Zomerweg onder Burgum, bij Hurdegaryp en Tytsjerk en dat gold ook voor de familie Sikkema. Douwe Hendrik Wadman had koopmansbloed in de aderen want er zijn erg veel transacties met hem gepasseerd bij aankoop van land. Douwe was koopman en herbergier en dat ging goed samen in die tijd. Als er wat aan land te verdienen viel dan wist de herbergier dit vaak als eerste. Ik neem aan dat hij strijkgeldschrijver was en feit is dat Douwe armvoogd was. Douwe en Grietje hadden een herberg bij de brug in Tytsjerk.


Sytie, 3-11-2017:

 http://www.walmar.nl/inscripties.asp 

Hoi Okke,

Ik ha sjoen dat dizze lytse Maaike (of Maike) Wadman, dy’t al jong wei rekke, de tante wie fan myn foar alder Maaike Wadman. 


De alders binne Folkert Douwes Wadman en Gepke Hendriks. Nei myn witten ha se 7 bern krigen: Antje, Folkert, Jan, Hinke, Douwe Gepke, en Maaike Wadman. Soan Douwe Hendriks Wadman trouwde mei Grytske Sikkema, beiden út Tietjerk. Se krigen ien bern: myn foar âlder Maaike Douwes Wadman (trouwde mei Sjoerd Tijsses Jansma). Douwe Hendriks Wadman wie 17 of 18 jier doe’t syn suske Maaike weirekke (10 of 11 jier in 1802) en hij hat syn dochter (berne 1811) der nei ferneamd. Kinst do sjen wat foar ynscriptie lytse Maaike yn de toer fan Tietjerk setten hat? 
Douwe en Grietsje Wadman hienen in café yn Tietjerk, en ik tink Douwe syn alden (Folkert Douwes Wadman en Gepke Hendriks) ek. Sa as we no witte ha Douwe en Grietje Wadman mar ien bern hawn; Maaike (it nichtsje fan jim Janke Wadman). As se ienichst famke wie, dan hie se eigenlik Engeltje(fan Engeltje Alberts út Burgum) hjitte motten. 

Lytse Maaike dy’t de earste Stien lei, wie ek it suske fan Jan Hendriks Wadman , de heit fan Janke Wadman (trouwde mei Okke Jansma).

Groetsjes!

Okke 5-11-2017

Re. Skiednis fan de Tsjerke yn Tietsjerk :

Hjir is it dan Sytie en ek in moaie foto fan de 1ste stien dyt lein ir troch it seisde berntsje fan Hendrik Folkerts Wadman en Antje Jans Wijmenga ( ien fan de grutte fecundefamyljes ut Garyp en Sumar). Sjoch ek mar ris nei Alle Friezen under Maaike Hendriks Wadman.

Ik tink dat alles no sa’n bytsje toplak is.

Maaike wie de tante fan dyn Wadman tuokke en ek dy fan minen as dochter fan  Douwe H. Wadman en Grietsje Pieters Sikkema en Jan Hendriks Wadman en Dieuwke Pieters Veninga resp. en nichtsjes fan mekoar. Doog, Okke. 

http://http://www.kerktytsjerk.nl/kerkhistorie.htm  'Op 3 juni 1801 heeft Maike H.Wadman gelegd den eersten steen. De besteders van dit Tooren werk geweest zijn Hen.F.Wadman" (en de rest kan ik niet lezen). 



Toen Douwe Hendriks Wadman (vader van Maaike) overleed in 1826 rond de leeftijd van 42 of 43 jaar, was er vrij veel land:


A. Langs  de Zomerweg onder Burgum, het oostelijke deel

B. Westelijk van Tytjerk, vallende onder Hurdegaryp. 

Hieronder de situaties op de kaarten (via Hisgis, historische kaarten van Friesland)


















 De weg van oost naar west op de kaart, de noordelijkste weg, is de een deel van oostelijke Zomerweg bij Burgum. Tegenwoordig wordt het van noord naar zuid doorsneden door de Oude Commissie weg. Het uitspansel Huis ter Heide lag precies op het kruispunt van deze wegen. Huis ter Heide komt steeds voor in de geschiedenis van Maaike Wadman, tegenwoordig is het afgebroken om plaats te maken voor de weg. De gele landjes waren in het bezit van de weduwe van Hendrik Wadman, Maaikes moeder. Een ander uitspansel was Huis ten Bosch, ook aan de Zomerweg gelegen, en het land erachter evenals het uitspansel, behoorde tot de Wadmans. Maaikes moeder Grietje Sikkema werd 'kasteleinsche' genoemd. 

 




















Ik kwam de naam Wadman vaker tegen, ook westelijk van Tytjerk, vallende onder Hurdegaryp, ook van weduwe Wadman:

  

  •  ten noorden van de Merriedobben bij Hurdegaryp, zuidelijk van de Kleine Wielen bij Leeuwarden (nummer 448. Het lag vroeger aan een oude vaarroute)
  • een weidland te zuiden van het Ketelerdiep of Ketelermar bij Lytse Geast (Hurgegaryp 448)
  •  een hooiland (ook Hurdegaryp 448) langs een vaarroute
  • nummer Hurdegaryp 451 was van Haye Wadman, een naam die ik nog moest uitzoeken

 



















Een zelfde kaartje met de landjes Hurdegaryp 448, zo zie je dat het noordelijk van Suawoude lag en bij Kleinegeest. 


















De Merriedobbe, is deel van een doorvaart route, evenals het hooilandje langs de uitloper van het water De Santing. Uiteindelijk komen deze waterlopen westelijk uit in Leeuwarden, via het water de Potmarge. 
















De familie Wadman werd verteld, woonde bij de brug in Tytjerk, in de herberg. Google maps zegt dat er een straat ’t Herberchfintsje' heet. De brug is er nog, als ik op de goede plek heb gekeken. Maar dan is dat waarschijnlijk alles wat er nog over is van deze herberg in Tytjerk. 














Ik ben er langs geweest en heb fotos gemaakt. Dit is de moderne versie van het Herberchfintsje in Tytjerk,  (Foto Sytie, 2014) . Het water wordt de Burgummerfeart genoemd, een doorvaart waar vroeger veel bedrijvigheid door ontstond. 


23-5-1814 Verkoper Beernd Jans Oenes wonende te Stroobos, Groningen

Diversen: gehuwd met Anskjen Douwes Douma
Bedrag: koopsom fl. 7000
herberg Het Huis ter Heide en 2 stukken land
Verkoper 
 Anskjen Douwes Douma wonende te Stroobos, Groningen
Koper Douwe hendriks Wadman en Grietje Pieters. 



Misschien dat Douwe Hendriks Wadman (Maaikes vader)  de herberg in Hurdegaryp kocht van zijn neef Haije Wadman, deze woonde in het toenmalige centrum van Tietjerk, aan het eind van de Zomerweg. Douwe Hendriks Wadman was namelijk later herbergier bij de brug in Tytsjerk. Neef Haije overleed met 48 jaar in 1823, en Douwe was 40 jaar. Douwe werd de voogd over de 2 kinderen van Haaije en zijn vrouw; Catharina, Douwe, Bouwe en Froukje Wadman; Douwe Wadman, de latere tolgaarder en Bouwe Wadman zijn ongehuwd overleden. Huis ter Heide, het uitspansel, was ook het bezit geweest van Haije Wadman en gekocht of vererfd naar zijn neef Douwe Hendriks Wadman. Waarschijnlijk is dat het geerfd werd door de kinderen van Haye Wadman, maar omdat de neef Douwe de zorg voor de kinderen op zich nam, kwamen de goederen ook hem toe. Zo ging dat waarschijnlijk in die tijd, je nam de kinderen op van familie, en zorgde voor die kinderen, maar gebruikte wel hun erfenis. 




















Haije Wadman. 



'Bosch en zomerhuis' (het oude Huisterbosch aan de Zomerweg)

Tresoar: Kadastrale gemeente: Hurdegaryp, Sectie: D   Minuutplan: Hurdegaryp D1   Eigenaar: Haije Douwes Wadman     Beroep: Herbergier Woonplaats: Tietjerk  Legger nr: 451   

  

Perceelnrs

  

  

In gebruik als

  

  

Oppervlak

  

  

Klasse

  

  

Belasting

  

  

2

  

  

Bosch en Zomerhuis

  

  

780

  

  

1

  

  

 

  

  

















Het Bosch huis aan de Zomerweg, een uitspansel waar je wat kon eten en drinken, en in de zomer waren er harddraverijen en ringsteken. Een geliefde wandelplaats en pleisterplaats op de doortocht van Leeuwarden naar Groningen. 




Wat nam Grietje Sikkema, de moeder van Maaike, mee uit erfenissen? 




De erfenis van Grietje Sikkema, zoals je ziet allemaal gele landjes. De zuidelijke landjes kwamen in Grietjes bezit vanwege haar vader Klaas Andries Sikkema. 










Ik had even overzicht nodig waar de landjes lagen en hoe ze heetten. Nummers A62 achter Huis ten Bosch, A 57 werd verkocht voor 1832 gulden, A 58 ook en A 58a. A60 is deels Huister Heide, B 743 is het land tegenover Huisterheide. 



De erfenis aan Maaike, van haar eerste man

Maaike Douwes Wadman huwde op 17 jarige leeftijd Dirk Jans de Boer op 23 april 1829 te Burgum. Dirk was 25 jaar tijdens zijn huwelijk, en had de Nationale Militie volbracht. Drie weken na hun huwelijk overleed de 19 jarige zus van Dirk: Trijntje Jans de Boer maar dit terzijde.

Dirk stierf tragisch jong in het zelfde jaar als 2 van zijn kinderen, waarschijnlijk aan een epidemie, in de zomer van 1840 op 35 jarige leeftijd. Ook Jan's vader kan hieraan overleden zijn een jaar eerder. Dirks moeder was al jaren eerder overleden. De erfenis kwam aan Maaike, maar welk land was dat? 

   

Ouders van Dirk Jans de Boer: Jan en Welmoed

Jan Dirks de Boer overleed in juni 1839, 68 jaaren zijn vrouw Welmoed, 59 jaar, was al eerder overleden. De erfenis van het echtpaar was al verdeeld onder de kinderen de Boer; Tietje de Boer, voornoemde Dirk en zus Eltje de Boer. Dirk Jans de Boer had dus zijn aandeel al binnen vóór zijn huwelijk met Maaike Wadman. De bezittingen van Dirks’s ouders lagen bijna recht tegenover Huister Bosch aan de Zomerweg en ten noorden van het vaarwater van  Wijde EE en ten westen van Suawâld. Er liep een pad van de Wijde EE naar Tietjerk, misschien is het tegenwoordig is verdwenen. Op de oude kaart van Schotanus, 1718, heet deze doorgang Monike Sloot en in Google maps Bartesleat. Waarom daar land willen hebben? Waarschijnlijk werd het gebruikt als hooiland en kon het hooi afgevoerd werden via water. Ik zag dat een straat tegenwoordig de Monnikenweg heet, tussen wet vaarwater en de Wâldwei in Suwald. 












Het land van Jan Dirks de Boer in 1839, Maaikes schoonvader.


Hoeveel kinderen  kamen in aanmerking voor de erfenis van Jan en Welmoed de Boer? 

Jan Dirks de Boer en Welmoed Annes Groenland hadden 4 kinderen:

-         Tietje J. de Boer, geboren 1801 en 57 jaar geworden, getrouwd.

-         Dirk J. de Boer, geboren in 1804, getrouwd met Maaike en 35 jaar geworden

-         Eltje J. de Boer, geboren 1806, 68 jaar geworden, getrouwd en moeder van vele kinderen

-         Trijntje J. de Boer, geboren in 1810 en maar 19 jaar geworden in 1829, ongehuwd

In ieder geval kreeg Dirk zijn part al voor zijn huwelijk met Maaike Wadman. Beide ouders zaten in de onroerend goed handel en hebben mekaar als strijkgeldschrijver zeker ontmoet. 

Samenvattend: De Sikkema’s, de Wadmans, de Boer’s bezaten aardig wat land aan de Zomerweg, en een bouwland in Bergum zelf. Maaike Wadman en Dirk de Boer erfden van hun ouders. Maaike's vader heeft heel veel aktes laten passeren bij de notaris in Bergum bij koop, verkoop en huur onroerende goederen en zijn huwelijk met Grietje Sikkema maakte hun bezit groter, ook huwelijk van Maaike Wadman als enigst kind met Dirk de Boer maakte haar vermogen weer groter. Vooral toen ze weduwe werd op 28 jarige leeftijd. 

  


Huisterheide Bergum aan de Zomerweg. 

Na reconstructie denk ik dat Maaike Wadman en Dirk de Boer waarschijnlijk woonden op Huis Ter Heide, de herberg aan de Zomerweg, die nog in het bezit was van Maaikes moeder, de weduwe Grietje P. Sikkema. Weduwe Grietje heeft waarschijnlijk haar enige dochter Maaike en schoonzoon bij haar laten inwonen, want Grietje was nog maar 40 jaar toen haar man overleed, en 43 jaar toen haar dochter trouwde. Dat was nog lang geen reden om zich bejaard terug te trekken. Grietje zal de hulp van haar dochter en schoonzoon goed hebben kunnen gebruiken en haar kleinkinderen Grietje de Boer (naar haar vernoemd), Welmoed de Boer (naar haar moeder vernoemd) en Jan de Boer (naar haar man vernoemd) zullen haar oogappeltjes zijn geweest. Ze konden gemakkelijk leven van de inkomsten uit huur, rente en Huisterheide. Grietje heeft waarschijnlijk nog veel jaren de scepter gezwaaid op Huis ter Heide, tot ze overleed met 61 jaar, in 1847.  

Maaike en Dirk J. de Boer kregen samen 5 kinderen: 












  1. Grietje de Boer         (geboren 21-2-1830).
  2. Welmoed de Boer     (geboren 31-5-1832) .
  3. Jan Dirks de Boer    (geboren 31-9-1834).
  4. Douwe de Boer         (geboren 29-1-1837).
  5. Trijntje de Boer        (geboren 21-6-1839).

  


1840, een drama voltrekt zich in het gezin van Maaike en Dirk J. de Boer

  Het gezin van Maaike en Dirk kreeg een dramatische wending in 1840:

-         overlijden van Dirk de Boer, 35 jaar in juli van 1840 en een paar weken eerder het overlijden vun kind Jan de Boer, 5 jaar

-         overlijden van kind Trijntje de Boer, 1,5 jaar in december van 1840. 

     

Schilderij van Sophie van Steenderen. 



Hoe kan het dat er 3 gezinsleden vlak na elkaar overleden, dat kan geen toeval zijn. Waarschijnlijk is een ziekte, misschien TBC, hun fataal geworden, of de veepest? Maaike bleef achter met haar moeder, en 3 jonge kinderen. De administratie moest gedaan worden, in de herberg moest bediend, er was een paardenstal voor de reizigers, en een schuur waar koeien stonden die gemolken moesten worden. Ik kijk naar eventueel personeel. Een naam die veel voorkomt in akten als getuige, is Berend Staphorstius. Hij gaf kastelein Dirk de Boer aan bij de gemeente als overleden evenals Maaike's zoontje Jan de Boer. Berend Staphorsius was koemelker, en hij bezat een landje naast Huis ter Heide. Een goede buur en misschien tevens een koemelker op Huis ter Heide. 


Ondertussen trouwde Maaike’s nicht, Janke J. Wadman met Okke Tijsses Jansma in augustus 1840 in Burgum. Maaike zal het gehoord hebben maar door haar eigen situatie zal ze er niet veel aandacht aan hebben besteed. De Wadmannen en Jansma's kenden elkaar zeker wel, zoals ook weer bleek uit de getuige bij het huwelijk van Dirks zuster, Tietje de Boer, was Maaikes vader.  

Sjoerd Tijsses Jansma, van de Schoolstraat, bood misschien zijn hulp aan in 1840 bij Huisterheide, hij was toen 24 jaar en zijn Nationale Militietijd was voorbij. En bovendien, Maaike was best een vermogende weduwe geworden van 28 jaar. 

  

Okke:

….”en Sjoerd Tysses wie der al rillegau oer de flier mei de skonken under de tafel”…

    

Maaike was niet alleen vermogend, maar zeker een kwetsbare jonge weduwe. Anderen hadden het al gauw op hun bezittingen voorzien. In november 1840 werden kostbare trofeeën uit Huis ter Heide gestolen. Geen echtgenoot meer in huis, alleen Maaike met haar moeder en kleine kinderen die er woonden, daar zouden inbrekers wel even hun slag kunnen slaan, en in onderstaande proces verbaal staat dat in een donkere nacht in november 1840 werd gestolen: zilveren zwepen voor de harddraverijen en prijzen. Ik denk dat Maaike haar niet echt meer prettig voelde in het huis zonder man. 



In de familie van de 24 jarige Sjoerd werd het ene kind na het andere geboren. Sjoerd moest door los en vast werk zijn inkomen verdienen, en zal overal en nergens gewoond hebben. Zijn ouders kregen in 1839 zelfs nog een kind, een dag voor het huwelijk van zijn broer Okke en schoonzuster Janke. De vruchtbaarheid ging nog lang door, maar voor het gezin was het denk ik ontwrichtend. Het kind heeft een paar dagen geleefd. 




















Het land van Maaike aan de Zomerweg: A57, A58 A58a, A62 is Huisterheide, het land er tegenover 743 en 745 met de poel, 741 en Huisten bosch met B120. Verder land achter Huistenbosch B17 en B19

Sjoerd en Maaike trouwen in december 1841
















Huis ter Heide, Douwe Petrus Bosma (aangetrouwde familie van Sjoerd en Okke Jansma) was er hospes. De koetsier is Albert Feenstra (ook aangetrouwde familie). De foto is door mij lichtelijk ingekleurd. 














Reinhart Dozy, Nederlands kunstschilder 'De kerkgang'. Op het schilderij is de kleding Drents trouwens. In het gezin van Sjoerd en Maaike kwamen twee wereld visies bij elkaar; trouwe kerkgang (orthodox) en het plezier in de handel en de herbergen (sociaal). 

Maaike heeft haar 3 kinderen meegenomen in het huwelijk met Sjoerd, en waarschijnlijk zijn ze bij haar moeder weduwe Grietje Sikkema ingetrokken op Huisterheide aan de Zomerweg in Burgum, met behulp van personeel. Sjoerd was via Maaike aan het grote geld en bezit gekomen op de vrij jonge leeftijd van 24 jaar. Ze kreeg kinderen achter elkaar, vanaf haar 18e tot haar 43e jaar, zijn er 12 kinderen geboren. Een grote opgave voor het lichaam. Daarbij kwam dat haar man Sjoerd enorm gedreven en ambitieus met hun spaargeld omging. Hij had steeds nieuwe plannen, om geld te maken en hun inkomen te vergroten. Maar ook hij had de economische crisis rond 1954/1955 niet in de hand. Wat vooral hen parten speelde waren de epidemieën die onnoemelijk menselijk leed in families veroorzaakten. Mensen stierven als ratten, en de oorzaak kan TBC zijn, veepest, maar ook falende hygiëne bij bevallingen. Sterven hoorde bij elk gezin, als het geen kinderen waren, dan was het de vroege dood van een ouder wel. Mensen werden over het algemeen ook niet zo oud. 

Het gezin was ondertussen verhuisd van Huisterheide naar de grote nieuw gebouwde ontginningsboederij Groot Veldlust, waar zij de eerste bewoners van waren. De boerderij was gebouwd op de heide, en vanuit de gedachte om de heide te ontwikkelen.Haar man Sjoerd was koopman, herbergier en landbouwer, en was gewend met grote sommen geld te schuiven. In 1852 kwam de grote boerderij Groot Veldlust gereed, waar Sjoerd zijn zinnen op had gezet. Koning Willem de 3 e had het arme gebied bezocht, en de  Straatweg was aangelegd in 1830, de heide werd ontgonnen. Zo kwamen er ook boerderijen op de ontgonnen gebieden te staan. Sjoerd kocht in 1854 en verkocht grootschalig, zelfs in het centrum van Bergum werd Het Roodhert, met Koemarkt gekocht en diverse landerijen. Probleem was dat Sjoerd nog vrij veel geld uit had staan bij mensen die op zijn openbare verkoping waren afgekomen. Ze waren rijke mensen geworden met bezit, maar met enorm hoge schulden. Alles zou volgens Sjoerd op zijn pootjes terecht komen, en de drie stiefkinderen zouden hun oude erfenis nog terugkrijgen, al was het dan in de vorm van huizen of land.  


Waarschijnlijk was Maaike in verwachting toen de verhuizing naar Groot Veldlust plaats vond, en had ze een aantal jonge kinderen om haar heen. Pas kort na de verhuizing en de bevalling is ze op Groot Veldlust overleden, 10 kinderen en een drukbezette echtgenoot achterlatend, maar zonder testament. Dat geeft aan dat het totaal onverwacht was. 















Schilderij van Tjeerd Bottema. Ik vind de sfeer treffend, van een de eenzame koude grote boerderij op de heide in Burgum, waar de moeder is gestorven. 


Het parenteel van het gezin van Maaike Wadman en Sjoerd Jansma, een jaar na haar overlijden. Een jaar nadat zijn moeder Maaike overleed, stierf ook Sikke van 5 jaar. Volgens mij omdat zijn zijn moeder stierf, omdat zijn vader altijd aan het werk was en zaken moest regelen, omdat er taxateurs door het huis liepen en de familie bezig was de spullen te verdelen, en omdat de oudste kinderen onder familieleden werden verdeeld...


















Parenteel van de kinderen van Maaike en haar eerste en tweede man. 











De reconstructie van de kinderen van Maaike Wadman en Dirk Jans de Boer uit Burgum 

In de twee hoofdstukken van  hun stiefvader Sjoerd Jansma en hun moeder Maaike Wadman, komen ook hun namen weer terug. Hieronder is meer een reconstructie van deze drie kinderen van Maaike uit haar eerste huwelijk. Na haar dood heeft stiefvader Sjoerd de kinderen grootgebracht, samen met zijn eigen kinderen die hij van Maaike had. Hiervoor alle respect, want hij heeft de kinderen altijd als eigen beschouwd, en ze deelden overal in mee, en er werd met hen overlegd over hun toekomst. Sjoerd mag dan wel vaker ambitieus en vooral in het begin zichzelf in zaken wat te overschatten, altijd heeft hij ook oog voor deze drie aangenomen kinderen gehad. 


1. Grietje de Boer (21-2-1830-13-5-1862), een reconstructie.

Grietje is vrij lang ongetrouwd gebleven. Waarschijnlijk hielp ze haar moeder door de tijd met de jonge kinderen. Grietje werd vernoemd naar haar beppe Grietje Pieters Sikkema. Het is aannemelijk dat het gezin woonde in Huis ter Heide evenals de grootouders . Grietje was 10  jaar toen in hun gezin 3 doden vielen te betreuren; haar vader, broertje en kleine zusje. Het volgende jaar erop trouwde haar moeder met Sjoerd Tijsses Jansma. Grietje was 17 jaar toen haar beppe Grietje overleed, de erflaatster van Huis ter Heide. Haar moeder en stiefvader Sjoerd hebben het gezin meerdere malen verhuisd, en Grietje kreeg er nog 7 halfbroertjes en -zusjes bij. Toen haar moeder Maaike overleed, was ze 24 jaar en erfde ze een woning tegenover Huis ter Heide, en een stuk hooiland bij Hurdegaryp uit de boedel. Het is aannemelijk dat Grietje gezorgd heeft voor de jongste stiefbroertjes en zusjes. Ze was een godsdienstig meisje en had haar eigen plaats in de Kerk te Bergum, wat ook bij de boedelscheiding in 1856 officieel werd geregeld. Ze zat naast haar ongehuwde broer Douwe in de kerkbanken. Douwe heeft zijn stiefvader Sjoerd met het werk als knecht geholpen, en hij stierf vrij onverwacht met 34 jaar. Toen Grietje 29 jaar was, huwde ze Meinte  Pieters Poelstra, geboren in Opeinde, in 1860. Meinte, 34 jaar, was een weduwnaar met 1 kind. Toen Grietje zelf moeder werd van een dochtertje in 1860, overleed ze, nog maar 32 jaar.  Haar dochtertje heette Maaike Poelstra. Meinte P. Poelstra, nu voor de tweede keer weduwnaar, trouwde weer opnieuw. Bij alle 3 echtgenotes had deze timmerman kinderen. Het leven van Meinte kenmerkte zich door sterfgevallen binnen zijn gezin. Gelukkig bleef zijn derde vrouw wel lang in leven. Grietje werd vernoemd in het gezin van haar jongere halfzus Trijntje Jansma, die getrouwd was met haar neef de herbergier Tijs Veenstra aan de Schoolstraat.  


2. Welmoed de Boer (31-5-1832- 10-4-1910), een reconstructie

Welmoed heeft ook veel opgepast op de jongere halfbroertjes en zusjes in het gezin toen het in Huisterheide woonde. Ze trouwde in 1853 met Wybe van der Meulen uit  Burgum (beiden 20 en 21 jaar). Welmoed was dus al veel eerder de deur uit dan haar zuster Grietje. Wybe was de zoon van de kastelein Edze Wybes van Der Meulen in Sumar, en bij zijn huwelijk werd Wybe ‘koopman’  genoemd. De van der Meulens moeten de Jansma’s goed hebben gekend, beide families waren herbergiers en handelaren. In Sumar woonde ook haar stiefvaders broer Okke Jansma, de beurtschipper. De neefjes en nichtjes zullen Welmoed ook net zo goed hebben beschouwd al dircte familie, dus zij kende in Sumar ook al veel jonge mensen. Misschien hebben stiefvader Sjoerd en koopman en kastelein Edze van der Meulen de jonge mensen een duwtje in de rug gegeven, je weet maar nooit. Welmoed was niet mee verhuisd naar de nieuwe boerderij Groot Veldlust, want ze was al getrouwd met Wybe. Stiefvader Sjoerd had waarschijnlijk in gedachten dat Welmoed en Wybe Huisterheide konden overnemen. In een aantal akten uit die tijd bleek dat ze tijdelijk aan de Zomerweg woonden, en huur aan Sjoerd moesten betalen.

Na de dood van haar moeder Maaike in 1855,, kan ze toch een of twee broertjes of zusjes in huis hebben genomen. Vanuit de erfenis begon alles te schuiven. Wybe was net als haar stiefvader een goede koopman en wilde uit de failliete boel Het Roodhert wel kopen, wat in een constructie ook is gebeurd. Het bleek een goede koop, want de herberg werd voor veel minder te koop aangeboden. Verder kocht Wybe de Koemarkt in Bergum en enkele stukken land. Welmoed erfde meer dan haar toekwam maar betaalde een grote som geld af aan de weduwe van Jan Douwe Wadman, een bedrag wat haar stiefvader Sjoerd wegens de aankoop van het Roodhert nog steeds aan haar verschuldigd was. Na de boedelscheiding, de afwikkeling van het overlijden van haar moeder Maaike, zullen ze in 1856 naar Het Roodhert zijn verhuisd

Op de site ‘ Historie Roodhert’, staan Wybe en Welmoed als eigenaars van 1854-1869, maar dit is niet juist. Welmoed en Wybe werden pas in 1856 de eigenaars van het Roodhert en de Koemarkt, en dan ook pas nadat zij betaald hadden. Dit is tegenwoordig veranderd op hun site.

De kinderen van Welmoed en Wybe van der Meulen:

 

1.   Maayke  Wybes de Boer 1854, en met 9 jaar overleden in 1863. Het kind zal geboren zijn aan de Zomerweg in Huisterheide, en overleden in Het Roodhert.

  

2.   Levenloos kind, 1856, ten tijde van de roerige gezinssituatie toen Welmoed’s moeder Maaike overleed en zij het Roodhert kochten.

  

3.   Edze  Wybes de Boer, geboren in 1857, overleden in Bergum thuis, met 17 jaar in 1875. Na de verhuizing uit Het Roodhert (1869) zijn Welmoed en Wybe blijven wonen in Bergum. Waar ze woonden in onbekend, Wybe werd ten tijde van de aangifte van de dood van zijn zoon ‘koopman’ genoemd.

  

4.   Dirk  Wybes de Boer, in 1860 geboren in Het Roodhert, en gestorven met 2 jaar, in 1863.

  

5.   Johannes  Wybes de Boer, geboren in 1862 en geboren in Het Roodhert, overleden met 53 jaar. Hij huwde op 28 jarige leeftijd en werd landbouwer.

  

6.   Dirk  Wybes de Boer, in 1865 geboren in Het Roodhert, overleden met 76 jaar. Hij huwde met 36 jaar in 1901, en werd  ‘veehouder’ te Bergum.

  

7.   Douwe  Wybes de Boer, 1868 geboren in Het Roodhert, en met 19 jaar overleden in 1888 in Bergum. Douwe was al jong onderwijzer en ongehuwd. Waardoor hij zo jong overleed is niet bekend. Hij zal een intelligente jongen zijn geweest.

  

8.   Folkert Wybes de Boer, in 1872, geboren in Bergum, Folkert werd slager te Veenwouden, en was hij gehuwd met Antje Muntinga.

Welmoed ‘s echtgenoot Wybe van der Meulen stierf met 55 jaar in 1887. Wybe was ‘landbouwer’ ten tijde van overlijden. De leeftijd van de kinderen tijdens  zijn overlijden: Johannes 25 jaar, Dirk 22 jaar, Douwe 19 jaar en Folkert van 15 jaar. Welmoed werd dus weduwe op 55 jarige leeftijd. Alsof het niet genoeg was stierf haar zoon Douwe in het jaar daarop; 1888. Toen waren alleen nog in leven waren nog haar zonen Johannes de landbouwer, Dirk de veehouder te Burgum en Folkert Wybes van der Meulen, de slager in Veenwouden. Welmoed huwde opnieuw, met de bakker aan de Schoolstraat, weduwnaar Jan Broos in mei 1859. Welmoed was toen 59 jaar.

Jan Broos’ geschiedenis is ook interessant. Hij is geboren in Grijpskerk en bakkersknecht geworden in Bergum. Jan’s ouders waren bakker in Grijpskerk. Misschien dat Jan in de leer ging in Bergum, waar hij huwde met Rinske Lautenbach. Jan en Rinske kregen vrij veel kinderen:

a.      Jantje Broos, 1862 Bergum

b.      Cornelis 1863

c.      Trijntje 1865

d.     Timen 1866

e.      Levenloos 1867

f.      Harmen 1868

g.     Levenloos 1872

h.     Jan 1873, overleden met 3 maand

i.       Jan 1875

j.       Geertje 1877

k.     Aafke 1878

l.       Folkert 1880

m.   Lambertus 1881

                      

Toen broodbakker Jan Broos huwde met Welmoed was hij 55 jaar. Ze trouwden in Bergum op 25 juni 1891. Welmoed kon gelijk zorgen voor de kinderen van Jan Jan Broos van 16 jaar, Geertje Broos van 14 jaar, Aafke Broos van 13 jaar, Folkert Broos van 11 en Lambertus Broos van 10 jaar. Welmoed zal in de winkel hebben gestaan, waarschijnlijk met hulp van deze kinderen. Welmoed zelf was ook al beppe van haar eigen kleinkinderen.

 

Hypothetisch: 

Het is even puzzelen hoe Welmoed in contact kwam met de bakkersknecht  Jan Broos uit Bergum. Bakker Jan Broos  had een bakkerij op de Schoolstraat, dus dan kenden ze elkaar van leveringen aan het Roodhert. 

Bij Jan Broos’ huwelijksakte staat, ‘verblijf houdende te Burgum’, hoe kwam hij daar terecht? Jan Broos’ vader Timen Broos, was al overleden toen Jan trouwde met zijn eerste vrouw Rinske Lautenbach (19 jaar) uit Burgum. Rinske Lautenbach’s ouders hadden een bakkerij te  Burgum, maar beiden waren overleden toen Jan Broos en Rinske trouwden. Jan ging als bakkersknecht voor zijn huwelijk in de leer bij bakker Lautenbach en trouwde met hun dochter.  

Ook een mogelijkheid is dat stieftante Jantje Linthorst, dochter van een kastelein uit Niezijl, bekend waren met de familie Broos uit Niezijl. We weten het niet al lopen er wel lijntjes van het bakkersvak naar Het Roodhert, en van het kasteleinsvak in Burgum naar Niezijl. Feit is dat Welmoed en bakker Jan Broos het goed met elkaar konden vinden en trouwden. De Lautenbachs en de Bosgra's waren ook weer aan elkaar verwant door huwelijken; eigenlijk was Burgum in die tijd een grote familie. 

  

Op de site  http://http://twierstr.home.xs4all.nl/Grijpskerk/Huizen/noordkant_70.html is informatie te vinden over de bakkersfamilie Broos uit Grijpskerk.

3. Douwe de Boer (Geboren 29-1-1837 -13-12-1871), een reconstructie

 Douwe werd maar 34 jaar, bij overlijden ongehuwde boerenknecht, niet meer thuis wonende maar wel in Burgum aan de Schoolstraat. Uit de erfenis van zijn moeder Maaike had hij geërfd op 19 jarige leeftijd:

-         een huis (B 578, 2 roede en 20 el) tegenover  Het Roodhert aan de Schoolstraat, erfenis en boedelscheiding 1856.

-          Een bouwland (B 119, 120) achter Huistenbosch, aan de Zomerweg.

Douwe en zijn stiefvader Sjoerd scheelden zo’n 20 jaar en ik denk dat Douwe Sjoerds knecht is geweest. Toen Sjoerd trouwde met zijn tweede vrouw en hij met de kinderen vertrok naar uithuizen bij Groningen, bleef Douwe achter. In het gezin van stiefvader Sjoerd overleden op dat moment een aantal dierbare halfbroers van Douwe, en kort na Sjoerds verhuizing overleed ook Douwe.   

. Misschien dat Douwe stiefvader Sjoerd geholpen      heeft, bieden scheelden zo’n 20 jaar in leeftijd. Waarom Douwe overleed is onduidelijk. Douwe stond niet ingeschreven bij de Nationale Milities. In de boedelscheiding werd Douwe (19 jaar) bedacht met:

Ik heb sterk het vermoeden dat er iets aan de hand was met Douwe. Hij was ongehuwd, en sterk gericht op zijn familie, en niet ingeschreven bij de Nationale Milities.  


Berend Staphorstius, een reconstructie

Ik kwam vaker de naam ‘Staphorstius’ tegen, vooral in de Wadman familie. Een uitzonderlijke naam die opvalt. In het document waarbij de geboorte van dochter Grietje werd aangegeven, is Berend Staphortius de koemelker (49 jaar) getuige evenals Thijs Klazes Feenstra, veenbaas (56 jaar). De Feenstra hadden familiaire banden met de Wyminga’s (veerschippers en kasteleins en koopmannen)  en de Jansma’s uit Burgum en Sumar met dezelfde beroepen. Het kan zijn dat Berend Staphorstius de koemelker was bij Huisterheijde. Maaike was 18 jaar ten tijde van de geboorte van haar eerste kind, terugtellend heeft Maaike met 17 jaar waarschijnlijk geweten dat ze zwanger was van Dirk Jans de Boer. Bij aangifte van de geboorte van zoontje Jan was weer Berend Staphorstius (54 jaar) , arbeider, aanwezig. Verder tekent Jan Binnes Wadman, glasmaker van 29 jaar. Bij de aangifte van Maaike en Dirk J. de Boer’s zoon Douwe was weer Berend Staphorstius aanwezig, arbeider (56 jaar) en Pieter Wadman, koopman (26 jaar en latere kastelein te Burgum), een neef van Maaike. Bij de geboorte van het laatste kind Trijntje werd de geboorte aangifte weergedaan door Berend Staphorstius, arbeider (59 jaar) en Rinse Rinsma, wijkmeester (52 jaar).

Berend Staphorstius woonde met zijn gezin aan de Zomerweg en bezat een lapje grond naast Huisterheide.