Jansmabergum.nl 

op zoek naar betekenis 

 





Tijs Sjoerds Jansma (1788-1855) en Antje Okkes Bosgra (1797- 1891).




 

Sytie; de tekening is deels onder water. De tuinen bestaan waarschijnlijk niet meer, maar het werk ervoor is wel verzet. Hij heeft zijn gezin ermee gevoed, en er moet een grote interesse geweest zijn in tuinen, bloemen en planten. Hij leefde in dezelfde tijd als Lucas Roodbaart, en woonde een tijd lang bij hem in de buurt. 


De jeugd van Tijs Tijs wordt als zesde en jongste kind geboren in het gezin van Sjoerd Doekes en Antje Tijsses. Het was een kleermakers gezin uit Bergum aan de Schoolstraat. Vader Sjoerd Doekes was Meester Kleermaker, net  als zijn vader Doeke Sjoerds Rignalda en grootvader Sjoerd Martens , en overgrootvader Marten Martens. Tijs wordt ook kleermaker. De oudste broer van Tijs, Doeke, had de kleermakerszaak van zijn vader al overgenomen op jonge leeftijd.









Toen hij geboren werd waren er twee zusjes; Jouckjen en Bauckjen, en zijn oudere broer Doeke. Twee andere zusjes, die ook Baukje werden genoemd, waren al heel jong   overleden. Een derde zusje, ook weer Bauckjen genoemd, blijft in leven. Thijs was dus de jongste en zou ook de jongste blijven, want zijn vader Sjoerd Doekes sterft als Tijs 5 of 6  jaar is (in 1794, met 46 jaar). Dat moet een grote klap zijn geweest in het gezin, want sociale voorzieningen waren er niet.

 

  

Zijn moeder Antje Tijsses heeft overleefd dankzij familie en waarschijnlijk Tijs’ s oudere broer Doeke, toen 18 jaar oud. Een gezin opvoeden met vier kinderen en ook de rekeningen betalen zal zwaar zijn geweest. Misschien, omdat haar man Sjoerd Doekes Meester Kleermakers was, neem ik aan dat moeder Antje Tijsses en haar oudste zoon Doeke van 18 jaar en zus Jouckjen van 17 jaar, in de huiskamer naald en draad hebben opgepakt om het gezin te onderhouden. 


1811 de naam Jansma wordt aangenomen.

 

Op vrijdag 27 december 1811,daags na Kerst, nemen de ongetrouwde Doeke en Tijs de naam Jansma aan. Doeke is 36 jaar, en Tijs is 23 jaar.

Tijdsbeeld. 

9 juli 1810 dienstplicht ingevoerd onder Napoleon, mannen van 20-25 jaa van een bepaalde lengte. 10 februari 1811 moesten mannen die schipper, visser of zeeman zich bij de zeevaart milities melden; sommigen gingen direct naar de zee oorlogen, anderen waren reserves.

10 oktober 1811: Keizerlijk decreet dat er veel meer mannen in dienst moesten. Het merendeel van de soldaten keerde niet terug. Bakkers werden verplicht brood te bakken voor het leger.

In 1812 volgde de Veldtocht naar Rusland en moesten de aankomende soldaten zich melden bij hun Maire. Bergum was ook een Maire. De garnizoensplaatsen lagen vaak in Noord Frankrijk.

Site: www.friezen-onder-napoleon.nl

Wie voor actieve dienst kon worden opgeroepen werd bepaald door loting: de laagste nummers eerst. Zo werden achtereenvolgens  de  lichtingen 1809, 1810, 1811, 1812  en 1813  (de geboortejaren 1789 tot en met 1793) opgeroepen. In 1811 in totaal zelfs 10.000 man.

 

Er waren een aantal vrijstellingen waarop hier niet nader zal worden ingegaan. Behalve de vermelding dat de dienstplichtige die vóór het decreet van 3 februari 1811 in het huwelijk was getreden was vrijgesteld. De wet op de dienstplicht was vrij ingewikkeld. Willekeur kwam herhaaldelijk voor. 

Terugkeer. 

De teruggekeerde gardes d'honneur, de zonen van de welgestelden, werden ontvangen met vlaggen, muziek en erebogen. Zij kregen de toezegging dat zij niet zouden worden opgeroepen voor de nieuwe vaderlandse Nationale Militie.

Anders verliep het Jan Soldaat. Als hij pech had - en dat had hij vaak - dan werd hij aan de grenzen opgewacht door de sergeanten van die Nationale Militie. Dikwijls werd hij van desertie beschuldigd. Ook al was hij in het bezit van een Frans militair paspoort als bewijs dat hij op rechtmatige wijze uit het Franse leger of de marine was ontslagen. Hij werd voor de keus gesteld: dienst nemen in de Nationale Militie met als beloning een pot snert of de gevangenis in.

Was hij daarna nog niet murw, dan werd hij dat wel na met de blote billen over een balk te zijn gelegd en door een sergeant met een stok bewerkt.

    

Dat alles met verwijzing naar een besluit van de souvereine vorst Willem I dat teruggekeerde soldaten geen vrijstelling van dienstneming in de Nederlandse krijgsmacht hadden. Dat was iets vooruitlopend op het desbetreffend Koninklijk Besluit. Dat werd pas op 18 september 1814 genomen toen de meeste nog levende Nederlandse militairen in Franse krijgsmacht al waren teruggekeerd. Zoals aangegeven waren de vroegere gardes d'honneur vrijgesteld. Per slot van rekening hadden die veel geleden.  



De naam Jansma in 1911. 

Interessant is waarom de naam Jansma in 1811 werd aangenomen wordt op de laatste dag van het jaar. In juni 1812 trok Napoleon met zijn Grande Armee naar Rusland waarvoor vele soldaten nodig waren. Er kwamen veel soldaten langs Noord Friesland en in Bergum werden soldaten gelegerd en er werd van alles gevorderd van de bevolking. Jongens werden dienstplichtig, paarden gevorderd, bakkers moesten brood uitdelen aan de soldaten die langs trokken naar Rusland. Er kwamen allerlei verplichtingen en belastingen, en de Staat eiste  tellingen en wilde weten wie er achter de voordeur woonden. Er werd belasting geheven op ramen, deuren en kozijnen. Doeke en Tijs zouden ook opgeroepen kunnen worden, want het waren ongetrouwde mannen. Ze werden verplicht een achternaam aan te nemen vanwege de telling. Als kleermakers is het waarschijnlijk dat ze een deel van hun werk moesten besteden aan het maken en herstellen van legeruniformen. Misschien dat de broers een jaar later, 1813, de rest van het verzwakte leger  nog terug zag keren uit Rusland.

Hun zuster Jouckjen trouwde in maart 1812, een paar maand voordat de Grande Armee langstrok. Hun moeder Antje Tijsses overleed een paar maand later in 1812.



Het is niet bekend of Tijs Jansma soldaat onder Napoleon is geweest. 


(site www.historischnieuwsblad.nl) Loting
Napoleon Bonaparte was vanaf midden 1810 ‘onze’ keizer, al wapperde de Franse driekleur in Limburg en Zeeuws-Vlaanderen al langer. In dat jaar ontsloeg Napoleon zijn jongere broer Lodewijk van de Hollandse troon en lijfde diens koninkrijk in – noch de verdediging van het vaderland, noch het verbod op de invoer van Engelse goederen was bij Lodewijk in goede handen geweest, zo oordeelde de keizer.

Na een korte overgangsperiode werd de wetgeving van het Franse keizerrijk per 1 januari 1811 onverkort van kracht in de voormalige Bataafse Republiek. Een van de dingen die voor de bevolking direct merkbaar waren, was de wet op de dienstplicht, die in Frankrijk al in 1798 was ingegaan.

Zodra jongens de leeftijd van twintig jaar bereikten, werden ze dienstplichtig. Of ze ook daadwerkelijk in het leger belandden, hing af van een aantal factoren. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommige jongens een beroep doen op een bijzondere regeling, omdat zij een oudere broer hadden die al in het leger diende, of de oudste zoon waren van een weduwe en bijdroegen aan haar levensonderhoud. Welgestelde personen konden een remplaçant aantrekken, die tegen betaling de legerdienst voor hen overnam.

Alle twintigjarige jongemannen die niet binnen deze regelingen vielen moesten deelnemen aan een door de civiele autoriteiten georganiseerde loting. Dat was een openbaar gebeuren, dat zich vaak afspeelde in grote zalen, in Rotterdam bijvoorbeeld in de Laurenskerk. Wie een laag nummer trok, moest daadwerkelijk opkomen voor het leger. Wie een hoog nummer trok, ontsprong – voorlopig – de dans.



1814 Het huwelijk van Tijs met Antje Okkes Bosgra.

 

In het jaar 1814 werd er driedubbel getrouwd door de Jansma’s.

 

    

  1. Op 18 mei 1814 trouwde Tijs Sjoerds Jansma met  Antje  Okkes Bosgra.  Hij is dan 25 jaar en Antje is 17 jaar. De Bosgra’s hadden een goedlopende grote boomkwekerij in Bergum. Misschien  dat Tijs daar heeft gewerkt en dat hij verliefd werd op de oudste dochter van Okke Tietes Bosgra. Ze was een goed opgevoed meisje en ik denk zeker een goede partij voor de kleermakers leerling Tijs. Het eerste kind van Tijs en Antje , werd Trijntje Tijsses Jansma genoemd, naar de moeder van de jonge Antje. Het meisje Trijntje wordt op 21 januari 1815 geboren. Op haar 17 e  is Antje Okkes Bosgra zwanger geraakt. In totaal krijgen Tijs en Antje 10 kinderen
  2. Op 29 november 1814 trouwden zijn broer Doeke Sjoerds Jansma (met weduwe Maria Procé) (39 en 40 jaar) en zijn zus Bauckjen Sjoerds Jansma (met Albert Teunis van der Kooi) (30 en 35 jaar).  op dezelfde dag. Twee bruidsparen op     dezelfde dag, de reden is misschien dat het goedkoper was. Ik weet niet      waarom broer Doeke zo laat trouwde, ik kan nergens vinden of hij eerder getrouwd is geweest. Ook zus Baukje is al aardig op leeftijd voor die tijd. Misschien dat Baukje ergens heeft moeten dienen in een huishouding om geld te verdienen. Haar vader was overleden toen ze een jaar of 9 was, en haar moeder overleed toen ze 27 jaar was. Bauckjen en Teunis kregen niet  meteen kinderen, dat duurde tot 1817 en het kind overleed ook nog eens.  

Okke: 

"Jawis, doe ik yn de skoalle fakansjes fan de ULO by Anne Bosgra’s “Iephof” wurke en de frucht beamkes inte, hienen alde Anna en ik it ek wol ris oer de famylje en hij doe ek wat in grutte skande it yn dy tiid wie dat Antje trouwe moast mei Tijs Sjoerds en Okke Bosgra de griente tunker fertelde my yn 1995 ek nog oer de skande fan dat houlik ensa. Wol nijsgjirrich eins net nei safolle jierren.  Wat in frou dy Antje Bosgra ek west hat en safolle fertriet meimakke en sunt 1855 oant har ferstjerren yn 1891 by har soan Okke Thijsses ynwenne yn Suamar en der ek begroeven – en nog 94 wurde ek". 


Tresoar: 1818 Bergum, notaris Gerrit Wilhelmij Gemeente: Tietjerksteradeel Koopakte.  Betreft de verkoop van een erfenis, koopsom fl. 100 - Antje Okkes Bosgra te Bergum, gehuwd met Thijs Sjoerds Jansma, verkoper - Okke Tietes Bosgra te Bergum, koper. 

Antje en Tijs hadden een erfenis gehad en hadden het geld nodig. Het kan zijn dat het uit de nasleep van het overlijden van haar moeder voortkwam en de hele erfenis verdeeld moest worden na 1812. 




Het leven van Tijs en Antje

 

Tijs en Antje hebben een huwelijk gehad waarin 10 kinderen werden geboren, en 3 kinderen heel jong stierven. In totaal tel ik  meer dan 20 kleinkinderen en nog meer achterkleinkinderen.

    

Het leven is niet zonder slag of stoot aan hen voorbijgegaan. Tijs broers en zussen, evenals Antje’s broers en zussen kregen ook veel kinderen, en ik denk dat ze van gezelligheid hielden en er een slokje op namen als er een kind in de familie werd geboren. Er stierven in de familie ook veel kinderen. 

Als Tijs 26 jaar is wordt zijn eerste kind geboren. Hij en Antje zijn dan 8 maanden getrouwd. Dit huwelijk lag door de zwangerschap van de jonge Antje moeilijk in de familie. Tijs beroep was eerst kleermaker, net als de rest van zijn familie, maar ik denk dat hij de Meesterproef niet meer heeft gedaan. Toen hij in het huwelijk trad met de oudste dochter van de tuinkweker Okke Tietes Bosgra veranderde dat waarschijnlijk. Hij werd vanaf toen boomkweker of boomverzorger genoemd. Dat zal betekend hebben dat hij in dienst bij zijn schoonvader kwam. Okke Tietes Bosgra en zijn vrouw Trijntje woonden bij de kwekerij in Burgum en hadden nog jonge kinderen toen Tijs en Antje trouwden in mei 1814. Antje’s jongste broertje moest nog geboren worden. In de naamgeving van de kinderen van Tijs en Antje is een mooi ritme te zien zoals dat vroeger gebruikelijk was. 


Aanlegger van tuinen. 

Sinds zijn huwelijk werkte Tijs Jansma bij de Bosgra, bij zijn schoonvader. Dat betekende dat het beroep Meester Kleermaker niet meer verder werd gegeven aan zijn kinderen. Het beroep was vanaf Marten Martens uit Drogeham al 4 generaties in de familie. Tijs brak daarmee maar gaf daarna het beroep tuinaanlegger wel weer door aan zijn nazaten, of in ieder geval de interesse daarvoor. 


Misschien dat de familie Bosgra beïnvloedt werd door de tuinaanleg in die tijd, want ook Lucas Roodbaard legde tuinen aan in Noord Friesland. Lucas Roodbaard is een tijdgenoot van Tijs Jansma, en werd geboren in Rolde in 1772 en stierf na een werkzaam leven in 1851 in Leeuwarden. De stijl is Romantisch te noemen. Lucas Roodbaard trouwde in 1813 in Groningen met een schippersdochter en ze verhuisden na 1824 naar Leeuwarden.

Tijs' zoon Sjoerd werkte ook rond zijn 40 e jaar als tuinaanlegger voor de Bogsgra’s. De tijdgenoot en leeftijdsgenoot van Sjoerd Jansma is Gerrit Vlaskamp (1834-1906).


www.roodbaardsrijkdom.nl is de site waarin een boek aangeprezen wordt over de tuinarchitect; 

Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) is de architect van buitens en tuinen van Noord Nederland in de eerste helft van de 19e eeuw. Deze parken en tuinen kenmerken zich door de romantische landschapsstijl, slingerpaden, vijverpartijen en hoogtes met een theekoepel of prieel. Roodbaard werkte in de periode van 1815 tot 1850 als hovenier en tuinarchitect in Drenthe, Groningen en Friesland. Bekende werken zijn de Prinsentuin te Leeuwarden, Staniastate te Oenkerk, De Klinze te Oudkerk en Oranjestein in Oranjewoud.

  

 











Tekening van Lucas Roodbaard. Dit was de heersende tuinmode. 










Stania State in Oenkerk als voorbeeld  moet bij Tijs bekend zijn geweest en misschien heeft hij er beplanting geleverd en meegewerkt aan de tuinen. De tuin is ontworpen door Roodbaard. Onderstaande afbeelding is van de Schierstins uit Veenwouden. 




D








BERGUMER-NYESTAD,  prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en ruim 5 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum. Het is eene der oostelijke buurten, waaruit het d. Bergum bestaat; met twee aanzienlijke boomkwekerijen. ook worden er vele groenten en tuinvruchten geteeld, zoodat deze buurt Leeuwarden des zomers van geheele scheepsladingen fruit, aard- en boomvruchten voorziet.


De moeilijke jaren van Tijs en Antje

   

Het jongetje wat geboren wordt tijdens zijn 40 e jaar, kleine Tiete, sterft al na 2 maanden. Maar de zwangerschappen van Antje gaan door, en opnieuw wordt hij vader als hij 42 jaar is, met 45 jaar. Als laatste wordt zoontje Duco wordt geboren als Tijs 49 jaar is.  Kleine Duco overlijdt in maart 1839, net anderhalf jaar oud. Twee maand later, ook in 1839,  trouwt zijn oudste dochter; alle twee gebeurtenissen in Tijs’50 e levensjaar.

Waarschijnlijk was het Tijs en Antje ook wel genoeg om zoveel kinderen te krijgen vooral omdat de oudste kinderen al toe waren aan huwelijken. Er was natuurlijk geen anti conceptie, en Antje was nog vruchtbaar.

   

Zijn eerste kleindochter wordt geboren als Tijs 51 jaar is,in 1840, ze is  het kind van zijn dochter Trijntje. Nogmaals wordt zijn eigen vrouw Antje zwanger, als ze 43 jaar is. Maar hun laatste en 10 e kind, Doeke, leeft maar 5 dagen in augustus 1840. Ik spit dit jaar wat meer uit, want er zijn weer opmerkelijke gebeurtenissen.


In 1840 is Tijs 52 jaar  en moet hij als een mallemolen hebben beleeft. Kleine Doeke wordt geboren op 8 augustus 1840, een paar dagen daarna trouwt zijn zoon Okke met Janke op 12 augustus 1840, en sterft de kleine Doeke op 13 augustus 1840, daags na de trouwerij. Misschien was Antje niet op de trouwerij van haar zoon Okke omdat ze moest bevallen, en het lijkt me ook dat Tijs in de buurt van zijn vrouw bleef. De trouwerij en het overlijden van het kind werden tegelijk gemeld bij de gemeente….

Het jaar erop, als Tijs 53 jaar is, trouwt zijn andere zoon Sjoerd met Maaike in 1841. De kleinkinderen blijven maar komen in deze vruchtbare familie. Gelukkig krijgen Tijs en Antje zelf geen kinderen meer. … 


Tijs’ oudere broer Doeke overleed op 67 jarige leeftijd, Tijs is dan al meerdere keren grootvader en is 54 jaar. Doeke is altijd het grote voorbeeld van Tijs geweest, samen zijn ze in hetzelfde jaar getrouwd en samen hebben ze besloten de naam Jansma aan te nemen. Het overlijden van Doeke, in 1843, is waarschijnlijk een gevoelige klap voor Tijs. Niet alleen zijn broer Doeke sterft, maar ook diens vrouw Maria en hun jonge zoon soldaat Sjoerd van 26 jaar. Opeens was de hele familie van zijn broer Doeke er niet meer. Alleen de dochter van zijn broer bleef leven. Allen woonden in Burgum en waarschijnlijk ook allen aan de Schoolstraat of de Lageweg. 


Dan de ellende in de familie van zijn zoons Sjoerd en Okke, beiden verliezen hun vrouw en blijven achter met veel jonge kinderen. In 1849 sterft schoondochter Janke Wadman, de vrouw van hun zoon Okke waardoor deze achterblijft met 4 jonge kinderen. In 1850 sterft hun kleinzoon van 5 jaar, het kind van hun zoon Sjoerd.  In 1855 sterft de andere schoondochter, Maaike Wadman, vrouw van hun zoon Sjoerd, die achterblijft met 7 jonge kinderen in een net gepachte boerderij..

Hun  zoon Sjoerd en schoondochter Maaike hadden al veel meegemaakt, namelijk een faillissement van hun  herberg Huistenbosch in Bergum en het bijbehorende boerenbedrijf. Tijs zelf overlijdt in 1855, waardoor Antje Bosgra weduwe werd. Op zeer hoge leeftijd gaat ze inwonen bij haar zoon Okke in Suamar maar dan is ze al in de 90 jaar. 



Tijs werkte dus eerst als kleermaker maar na zijn huwelijk veranderde dat in tuin aanlegger. Hij overleed op 25 juni 1855 te Burgum. Hij werd 67 jaar oud. Antje Bosgra was 58 jaar toen haar man overleed. 



Antje Okkes Bosgra. 





















De oudste broer van Antje, Tiete Okkes Bosgra (1794- 1875 Burgum). Hij trouwde met Tjitske Lautenbach, zij overleed met 30 jaar na de geboorte van haar 6 e kind. Daarna huwde hij Grietje Graanstra. Hij was net als zijn vader eigenaar van de Bosgra Kwekerijen in Burgum.


Antje was het tweede kind van Okke Tietes Bosgra (1769-1842) uit Burgum. Okke, haar vader,  is 72 jaar geworden. Er is een leuke site waarin de geschiedenis van de Bosgra’s wordt uitgelegd: www.johannesbosgra.com  . De ouders van Antje, Okke Tietes Bosgra en Trijntje Klazes kregen 8 kinderen waarvan 2 al jong stierven; de tweeling Jan en Trijntje Bosgra. Okke neemt voor zichzelf en zijn kinderen de naam Bosgra aan in 1811. 


Okke: 'Al efkes betinke dat Antje net yn Garyp berne is mar yn Burgum berne is op 14 Jan. 1797 en doopt op 12 Maart 1797 troch dumny Gerrit Houwink yn de Herfoarme tsjerke ( de Alde Krusstjerke).

Har alders wennen doe op # 199 - dus yn it Easterlike part fan Burgum - Nieuwstad waard dat neamd en no ek nog.

De famylje wie ek goed mei de tsjerke ferbun en dienen letter ek bot mei oan de skieding - de foarming fan de griffemearde tsjerke.

    

Dat is dus ek oerslein op de Jansmas en it neiteam hat dat ek mei nei de USA toge fansels". 




Antje Bosgra is 14 jaar als deze tweeling van acht maanden na elkaar overlijdt. Antjes moeder sterft het volgende jaar, misschien toch verzwakt door de geboorte van de tweeling. Vader Okke blijft achter met 6 kinderen en huwt na enkele jaren de huishoudster, een herbergierdochter die van beroep naaister en huishoudster was. Volgens de site van Johannes Bosgra een fleurige vrouw.

De Bosgra’s hadden een florerende kwekerij in het centrum van Bergum, waar bomen en stuiken verkocht en aangeplant werden. Toen hun vader hertrouwde met de huishoudster werden de bezittingen veilig gesteld. De kinderen, waaronder ook Antje waarschijnlijk, eisten hun erfdeel en de kwekerij werd in tweeën gesplitst. Er was het deel dat in Burgum bleef op de oude plek van Burgum Nieuwstad en  Noordersingel, dat werd Frisia genoemd. De andere tak van de Bosgra’s zet de kwekerij De Iephof voort.


Antje heeft waarschijnlijk leren lezen en schrijven. 

Okke:  'Antje hat in moaije hântekening setten op har trou acte'. 

Haar vader had het druk genoeg op de kwekerij  met 40-50 man personeel, haar vader had jonge kinderen in huis waar een huishoudster voor heeft gezorgd. Antje werd van meisje tot vrouw  maar zonder zonder moeder. 

De jonge mensen van de Schoolstraat en Nieuwstad zullen elkaar vaak ontmoet hebben op straat. In ieder geval raakt Antje  zwanger in haar 17 e  jaar van Tijs Sjoerds Jansma, de zoon van vele generaties Meester Kleermakers. 


Enkele data vallen weer op:

-          Haar vader Okke Tietes Bosgra trouwt met de huishoudster Tjitske Annes de Wilde op 14 mei 1814.

-          Antje Okkes Bosgra en Tijs Sjoerds Jansma  móeten trouwen, en de datum is 18 mei 1814 in Burgum.

Om de bezittingen veilig te stellen omdat haar vader met de huishoudster trouwde, zal er flink wat afgepraat zijn. Tijdens haar huwelijk was Antje 17 jaar, en haar broer Tiete 19 jaar, de rest van de kinderen waren nog te jong om mee te praten. Ik denk dat het een groot probleem was toen Antje zwanger raakte in haar 17 e jaar, dat betekende trouwen en daardoor kwamen bezittingen in gevaar. 

Antjes broer Tiete had waarschijnlijk nog geen meisje op zijn 19 e, dus hier was nog geen financiële dreiging.  Antje kreeg door haar huwelijk  wel recht op een huwelijkscadeau van waarde. Het heeft vader Okke misschien hals over kop doen besluiten om met de huishoudster te trouwen,  enkele dagen voordat Antje en Tijs naar het gemeentehuis gingen. 



  

Antje’s stiefmoeder , Tjitske Annes de Wilde, was een herbergierdochter, en haar ouders hadden een herberg in Oentsjerk. Even rekenen, Tjitske  de Wilde was 16 jaar ouder dan Antje, en Tjitske de Wilde 7 jaar ouder dan Tijs. Vader Okke, de weduwnaar, was 12 jaar ouder dan zijn tweede vrouw. De oudste kinderen waaronder Antje hebben bezittingen veilig gesteld waardoor de kwekerij opgesplitst werd. Waar komt die plotselinge ontstemdheid vandaan over het bezit van de kwekerij? Moest door het huwelijk van Tijs en Antje het bezit van de oudste 19 jarige broer Okke Bosgra veilig gesteld worden?  

Uit data blijkt dat Antje en haar nieuwe stiefmoeder Tjitske de Wilde bijna tegelijk bevielen van een hun eerste kind want er zit maar enkele dagen tussen. Het zal de familiebanden vast weer hebben aangehaald. 


Antje heeft met Tijs 10 kinderen gekregen, waarvan 3 al heel jong stierven. Van de andere 7 kinderen heeft Antje de bruiloft meegemaakt, en gehoord dat zij ook weer kinderen kregen.

Ze heeft veel voor haar grote familie gedaan. Als zuster van eigenaar Tiete Bosgra, zal ze hem gevraagd hebben om haar zoons en kleinzoons te plaatsen bij de kwekerij van de Bosgra’s toen de Jansma's hun huis of werk verloren.  Daardoor konden de Jansma's hun  grote gezinnen blijven voeden. 

Een moeilijke tijd voor Antje was in 1840, toen Antje 43 jaar was. In dat jaar was ze zwanger van haar jongste zoontje die geboren vlak voor het huwelijk van haar zoon Okke werd geboren, en de dag na het huwelijk al stierf. Antje zal, door doordat ze net bevallen was, misschien niet op het huwelijk zijn geweest.

Rond 1843, Antje is 46 jaar, kwamen er in de familie Jansma veel sterfgevallen voor, misschien door TBC of een andere besmettelijke ziekte. Haar vader stierf ook rond die tijd, zelf had ze de laatste kinderen naar het graf moeten brengen en werden er veel kleinkinderen geboren waarvan sommigen al weer jong stierven. Ze zal er nauw bij betrokken zijn geweest omdat ze allemaal in Burgum en directe omgeving woonden. 

Haar halfzusje Trijntje, die zo mooi kon zingen volgens de Bosgra site en ook daarmee optrad in café Roodhert in Bergum, stierf met 25 jaar, wat een grote klap was binnen de familie. Halfzus Trijntje stierf in 1843 aan tbc. 




Acte waar de verkoop startte van overleden Okke Tietes Bosgra, de vader van Antje Bosgra. Sjoerd en Antje kopen grond van de boomkwekerijen.

1842 Bergum, notaris Adrianus Alma Gemeente: Tietjerksteradeel Provisionele en finale toewijzing.  Betreft de verkoop van 14 percelen onroerend goed te Bergum, koopsom fl. 15.999 - Tjitske Annes de Wilde te Bergum, weduwe van Okke Tietes Bosgra, verkoper en  koper voor zich en in kwaliteit, tevens als moeder van en voogd over Anne en  Hendrik Okkes Bosgra - de erven Okke Tietes Bosgra, verkoper - Ybeltje Okkes Bosgra te Midwolde, Groningen, gehuwd met Oeds de Leeuw, koper - Trijntje Okkes Bosgra te Bergum, koper - Binne Tjeerds van Dijk te Bergum, koper - Tiete Okkes Bosgra te Bergum, koper - Cornelis Harmens Lautenbach te Bergum, koper - Sjoerd Tijsses Jansma te Bergum, koper - Grietje Pieters Smids te Bergum, weduwe van Jan Jans Krol, koper   Bron         : Tresoar Toegangsnr.  : 26 Inventarisnr.: 13012 Repertoirenr.: 165 en 172 d.d. 1 oktober 1842


   

Antje’s zoon Okke Tijsses Jansma heeft zijn moeder Antje in huis genomen;  Okke de beurtschipper en kruidenier die aan het rentenieren was.  Okke trouwde twee keer, en beide echtgenotes waren al overleden. Okke moet in de 70 zijn geweest toen hij zijn moeder in huis nam, zijn woning in Suamar.  Antje is op de respectabele leeftijd van 94 jaar in 1891 gestorven in Suamar waar Okke een half jaar later overleed. Antje was de moeder van vele kinderen, en geliefd bij klein- en meer dan 100 achterkleinkinderen. 

   

 





















Foto van de site van Johannes Bosgra. De boomkwekerij Frisia aan de Noordersingel in Burgum 








Okke 23-11-2014:

Okke: 'De 2 cafes oan de Legewei ha’k dy al oer ferteld en yn de Barak ha Thys en Antje Okke Bosgra ek yn wenne'. 




   

 Okke 14-1-2014

 " Ik tink net dat Thys Sjoerds mei syn houlik op de tunderij wurke want hij wie kleanmakker doe hij trouwde( 25 jier ald) en syn broer Doeke Sjoerds( 14 jier alder as Thys Sjoerds) wie ek kleanmakker yn de skoalstrjitte yn Burgum en it kin ek wol west ha dat de bruorren tegearre wurken.

Antje har mem is yn Garyp berne en har stiefmem yn Oentsjerk.

Hjir ek nog in stikje oer Antje har heit Okke Tietes Bosgra.Antje moat wol in pienter frommeske west ha want dat sjochst ek wol oan har moaie hantekening  op it trouwbewiis.

Ik leauw fest dat de famylje, ek troch harren saken dwaan mei bekinde famyljes yn Ned. en ek de Fransen fansels, harren goed ynjoegen om it skriuwen en lezen te learen en de bern sille thus ek wol oefene ha mei it iene en oare tink want de skoalle fan dy tiid hie ek net safolle om de hakken.

Yn Antje har tiid wienen der nog gjin ryksskoallen en waarden troch de tsjerken fersoarge.

Sa wie it ek yn 1789, doe skipper Foeke Jacobs fan Sumar mei syn lyts skipke foar 8 goune, de nije underwizer foar Burgum - Pieter Minderts Jager mei syn guod ut Driezum helle en nei Burgum farde.

Hij wie eins gjin ofstudearre underwizer en krige ek min betelle der yn dat fine Burgum.

Mei de skoalle wet fan 1806 waarden der 4 rangen ynsteld foar skoallemasters mar master Jager hat nea in rang bihelle.

De skoalle der hie ek net bin goede namme want Jager stie der mar allinnich yn ien lokaal en yn de simmer hie hij sa'n 80 learlingen en by't winter wol 126.

Gjin wunder dus dat de skoalleopsjenner it underwiis matich en de skoalle te lyts fun - de bern sieten as hearingen yn in tonne en moasten ek faak stean omt der gjin romte wie te sitten.

Yn 1828 krige Pieter der in undermaster by en alde Pieter hat der oant 1 Jan. 1831 oan skoalle stien en sa'n 50 jier under wizer west doe se him der yn Burgum untslein ha en dy stakker ofdript ha mei in pensioentsje fan 200 goune yn't jier en sa is hij ek op 24 Juni 1837 yn Burgum ferstoarn.

As dat my oerkommen wie hie'k in stikmennig of foar de raap sketten of se it lemmet fan in goed mes yn de bealch raamt.

De dogeniten dyt dit flikten tsjin Pieter Jager wie de elite fan Burgum he en sieten ferdomme ek allegearre yn fjowerkant yn dy grutte tsjerke.

Pieter spile it oargel ek yn de tsjerke en mar goed ek wat oars hie hij syn gesin net fersoarge kint en hat him letter ek by de griffemearde tsjerke oansluten.

Hij hat altiten op numer 122 wenne.

Sa it is wol in 180 jier lyn Sytie mar fergeeemje it wurde der nog lilk om wylst ik dizze wurden no op it skerm smyt.

 

Archief Nedergerecht Tietjerksteradeel, informatieboek 1806

Datum: 31 maart 1806

 

Okke Tiettes Bosgra (OKKE TIETES BOSGRA), gardenier te Bergum, oud 36 jaar, verklaart dat uit zijn hok, staande op de enterij in 't Klooster, zijn geweer is gestolen; één van de arbeiders dacht dat Sake Hendriks (SAKE HENDRIKS), dienende bij Gosse Hinnes (GOSSE HINNES), huisman in 't Klooster te Bergum, de dader was; deze heeft ook bekend en het geweer teruggegeven; dezelfde jongen heeft ook bomen van deze aangever verkocht, die hij uit de enterij gestolen had

- Sake Hendriks, oud 14 jaar, bekent de diefstallen (tekent met x)

 

Origineel: Tresoar, toegang 13-38, inv.nr. 5, pag. 450 Op microfiche beschikbaar op studiezaal Tresoar.

 

It originele stik is 2 siden lang en lest ek moai mei ek nog in goede hantekening fan Okke Tietes sels.





De kinderen van Tijs Jansma en Antje Bosgra.


    

1.      Trijntje Tijsses Jansma (21-1-1815 Burgum ) trouwde in 1839  in Burgum  met Egbert Veenstra (28-6-1840 Burgum), timmermansknecht, beiden 24 jaar. Ze kregen 7 kinderen; Antje, Egbert, Tijs, Grietje, Grietje en Ritske Veenstra. De Veenstra’s woonden in Burgum. Egbert Veenstra werd ten tijde van de eerste geboorte nog timmermansknecht genoemd, bij de andere kinderen timmerman.

Trijntje overleed op 22-3-1903, 88 jaar. Hendrik op 31-1-1893, 78 jaar. 



2.      Sjoerd Tijsses Jansma (21-12-1816 Burgum) trouwde twee keer, in 1841 met 24 jaar en in september 1858 met 41 jaar  in Burgum. Hij kreeg met deze echtgenotes in totaal  11 kinderen. Door de vele sterfgevallen werd het een gecompliceerd gezin. Er is een hoofdstuk gewijd aan Sjoerd Tijsses Jansma. Sjoerd werd kastelein, boer, koopman, landbouwer en aanlegger van tuinen bij de Bosgra’s in Burgum en Uithuizermeeden en hij werd mijn voorouder. Sjoerd overleed in Burgum op 25-6-1902 op 85 jarige leeftijd. 



3.      Okke Tijsses Jansma (28-3-1819 te Burgum)  trouwde twee keer, in 1840 en mei 1858 in Burgum. Hij kreeg met zijn echtgenotes in totaal  6 kinderen. Hun gezinnen woonden in Suamar en  Okke was veer- en beurtschipper vice versa Suamar en Leeuwarden. Zijn eerste echtgenote Janke had in Suamar een winkeltje aan huis. Okke overleed in Suamar op 29-1-1892, 72 jaar. 

 Er is een hoofdstuk gewijd aan Okke Tijsses Jansma en hij werd  de voorouder van Okke. 


Okke: ‘’ Okke en Sjoerd wienen bruorren, en hie ek nog fergetten dat harren heit doe hij trouwde mei Antje Okkes Bosgra, kleanmakker wie yn Burgum krekt lykas as syn heit, pake en oerpake earder’.



4.      Antje Tijsses Jansma (27-11-1821 Burgum ) trouwde in 1845 met Johannes Sipkes  Wielinga (5-9-1814 Burgum), timmerknecht te Burgum.  Antje was dienstmeid, en woonde toen in  Hurdegaryp. Johannes was zoon van de Meester schoenmaker  Sipke Lammerts Wielinga. Johannes en Antje waren respectievelijk 31 en 23 jaar tijdens hun huwelijk. Ze kregen 3 kinderen Sipke, Tijs en Rinske Wielinga en woonden in Leeuwarden. Tijs en Rinske overleden vrij jong. en een volgende dochter werd ook weer Rinske genoemd. Nadat ze in Burgum woonden werd hun jongste zoon Tijs Wielinga geboren. 

Johannes Wielinga overleed op 31-1-1893 in Burgum, op 68 jarige leeftijd. Wanneer Antje overleed en waar is onbekend. 



5.      Joukje Tijsses Jansma (5-1-1824 Burgum) trouwde in 1849 in Burgum met Wybe van der Berg uit Veenwouden. Ze kregen  8  kinderen;  Tys, Auke, Trijntje, Okke, Antje, Hendrik, Albert en Albert van der Berg. Enkele kinderen zijn beroemde hardrijders zoals Tys van der Berg, Okke van der Berg en Trijntje van der Berg.  

Wybe van der Berg  was veerschipper,  geboren te Veenwouden en wonende te Rijperkerk (Ryptjerk). Wybe en Joukje waren 26 en 24 jaar oud tijdens hun huwelijk.

Wybe  overleed op 31-8-1896 in Rijperkerk, op 72 jarige leeftijd. Joukje werd weduwe, en overleed op 81 jarige leeftijd in Rijperkerk Ryptjerk op 2 mei 1906. 



Okke 13-9-2015

"Ha Sytie,
Famylje fan us hat hjir ek nog oan meiwurke.  (
www.boredpanda.com/tunnel-bridge-oresund-link-artificial-island-sweden-denmark)


Lieuwe Okkes Van den Berg ( hat ek nog ferkearing han mei us Rixt) hat hjir ek wurke as uitvoerder - wenne doe ek yn Denemarken mar no wer yn Drachten mei frou Els.
Skitterend stik wurk he".

Okke 14-1-2013

"Okke van den Berg ut Ryptsjerk ( syn mem wie Joukje Jansma) ried altiten op houtsjes en hat sa syn pleats en fee by mekoar riden, syn oare sibbels koenen ek tige goed hurdride en syn heit sei ek ris tsjin Okke, doe 18 jier en hie krekt yn Ljouwert in gouden horloazje wun – och heare al wer in horloazje, want syn aldere broer Thys hie ek el ien earder wun.
Nuver dat safolle fan dy hurdriders ut skippersfamyljes kamen – dat wie har ek sa en de Brouwers, Venemas, Zijlstras ensf. ensf – it sit yn de genen leave"



Okke: 

"Oaren ha my ek in protte ferteld. Wer in oaren ien wie Okke van den Berg,

soan fan Wiebe en Joukje Jansma ( dochter fan Thys J. en Antje Bosgra).

Okke wie de beromte koarte baan hurdrider. Dy ferhalen en protten moaie

alde fotos ha'k hjirre ek".

 


6.      Tiete Tijsses Jansma (5-1- 1828-  30-12-1828 Burgum). Jongen van 3 maanden, overleden.



7.      Tjitske Tijsses Jansma (29-8- 1830 Burgum ) trouwde met Harmen Veenstra (1827 Garyp). Ze hadden een winkel in Garijp. Uit het huwelijk werden  9 kinderen geboren; Jan, Tijs, Trijntje, Jan, Antje, Sjoerd, Antje, Meisje levenloos en Baukje Veenstra. Er stierven 4 kinderen toen ze nog heel jong waren, en een jongetje van 5 jaar. 

Tjitske was voor haar huwelijk huishoudster bij het gezin van haar broer Okke en Janke Jansma in Suamar. Het leven van Tjitske ging niet over rozen..  Zoon Tijs huwde wel, en dochters  Trijntje en Antje Veenstra. 




- Memories kantoor Hardegarijp, overl. jaar 1857 Gemeente Tietjerksteradeel   Overledene  : Jan Harmens Feenstra Overleden op: 6 juli 1857 Wonende te  : Garijp. Zoon van Harmen Jans Feenstra, winkelier & Tjitske Tijsses Jansma.   Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap.

- Memories kantoor Hardegarijp, overl. jaar 1886 Gemeente Tietjerksteradeel   Overledene  : Tjitske Jans Jansma Overleden op: 7 februari 1886 Wonende te  : Bergum   Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap  


























Een prachtige foto uit 1920 in  Burgum met links staand  de zoon van Trijntje Jansma en Harmen Veenstra: de herbergier Thijs Veenstra. De buren aan de Lageweg ten zuiden van de Schoolstraat in Burgum richting Burgummerdaem. De foto wordt beschreven bij het  hoofdstuk over Sjoerd Jansma (2e huwelijk met Jantje Linthorst) , omdat zijn dochter Trijntje getrouwd was met haar neef de herbergier Tijs Veenstra. 


 

8.      Tiete Tijsses Jansma (15-8-1833) trouwde in 1861 met  met Baukje Klazes de Vries, beiden 27 en 21 jaar.  Samen kregen ze 6 kinderen;  Sjoukje, Tys, Klaas, Antje, Lamkje, Trijntje, Joukje en Tjitske.  Tiete was lang timmerman te Burgum, daarna koopman maar bij zijn overlijden 30-8-1897 in Burgum werd hij winkelier genoemd. 

Dochter Sjoukje huwde Jan Jans Wymenga, Tijs huwde Klaske Feenstra, Klaas huwde Antje de Vries van Veenwouden, Lamkje werd dienstbode in Rauwerderhem, Trijntje overleed al met 7 jaren, Joukje huwde Pieter Staal uit Wognum Noord Holland, Tjitske huwde Gerrit Dillema uit Hurdegaryp. 


9.      Duco Tijsses Jansma (1837-1838) werd 20 maanden oud.

10.  Doeke Tijsses Jansma (1840-1840) is niet eens aangeven, overleden na 5 dagen. Duco en Doeke werden vernoemd naar Tijs' oudste broer. 





Okke 11-3-2013

"Moarn Sytie,
Dit is in stikje ut in briefke fan Rense Okkes van den Berg ut de Gerdyk – in fiere achterneef wert ik ek al jierren mei briefwikselje.
Rense syn oerpake wie Okke Wiebes van den Berg ut Ryptsjerk, soan fan Wiebe van den Berg en Joukje Thysses Jansma, de beromte kampioen koarte baan reedrider.
 
No de direkte oanlieding foar dit stikje. It is eins mar ûnnoazel, mar ik fûn it dochs wol nijsgjirrich, dat ik stel dy de fraach dochs mar. Doe't tante Janke v/d Meer, dy't troud west hat mei Gjalt Hoekstra fan de Hearrenwei (Sumarreheide) yn septimber stoar, haw ik wat âlde streekromantsjes krigen. Neat bysûnder mar der spilet ien yn Sumar sels, "De Flearmûzen" fan J. Y. Gietema. Neffens tante soe dit ferhaal slaan op in femylje, dy't echt yn Sumar wenne hat. Do komst dêrwei, kinst dit boekje en witst hokker femylje dat wêze soe?
Nijsgjirriger fûn ik de namme "Okke Duvel". Der wurdt yn de kroech praat oer wat der bard is mei de Andringa-froulju en de boerefeint Ids, it sitaat:
"Okke Duvel", ornearret, dat dy Ids in leffe fint is, it ophingjen net iens weardich" (bls. 211).
Mear stiet der net yn, en der ha fêst mear Okke's yn Sumar wenne, mar by de namme Duvel moast ik dochs efkes tinke oan de eigenskip fan guon Jansma's om goed swart sjen te kinnen. Ús heit en pake koene dat alteast goed en ús heit tocht dat dat benammen fia Joukje Jansma binnenkaam wie. Ast ús heit swart seach, wiene myn kammeraten benaud. Seit de namme dy wat? Sa't ik al skreau, der ha mear Okke's yn Sumar west en by de Bosgra's bestiet de namme ek noch, mar it like my dochs im moaie oanlieding,
 
Ik ha it stikje hjirre boppe mar efkes trochstjurt nei Dirk Strijker yn Sumar – hij hat in soad oer Sumar utpluze en mei de skiednis groep der sille se dit jier en in boek oer Sumar utjaan.
It sil my benije wat Dirk utfine kin oer dizze saneamde Okke Duvel.
Ik bin der hast seker fan dat der allinnich mar Okkes ut laach Jansma yn Sumar wenne ha en gjin Okke Bosgras.
Fan de de 6 Okke Jansmas dyt oait yn Sumar wenne ha, wit ik de skelnamme / bynamme mar fan ien Okke en wol Okke Teades Jansma dyt Okke Fuddie bear yn de folksmule neamd waard en werom wit ik ek net iens.
Dit wie gjin duvel fan in man mar in hiele guodlik minske en wat oan de stadiche kant – ine fan syn susters wie Bintje – Bintje Ierappel wie har bynamme.
Us heit koe us ek niks fertelle oer skelnammen fan syn heit, pake of oerpake".
























Schilder Jan Jansma - waarschijnlijk geen familie van deze tak-. http://janjansma.nl/