Jansmabergum.nl 

op zoek naar betekenis 

 





Tijs Sjoerds Jansma (1788-1855) en Antje Okkes Bosgra (1797- 1891).




 

Door Sytie getekend; de onderste helft van de tekening is een voorstelling onder de waterlijn van de vijver.De weergave hiervan is intuïtief gemaakt en de uitleg is als volgt: het water is de associatie met de gevoelswereld, en hierin komen een aantal dingen sterk naar voren, zoals hard werken in de tuinen, graven en scheppen en veel wortels uitgraven of in bedwang houden. Welke tuinen Tijs mee heeft aangelegd en welke lanen hij heeft geplant weet ik niet, maar wel dat hij er zijn bestaan en zijn gezin een tijd mee onderhield. Gevoelsmatig wil de tekening weergeven dat ik ook een deel ben van zijn hovenierswerk, want hij deed dat uiteindelijk voor zijn gezin, en ik ben daar een nakomeling van. Het is waarschijnlijk dat Tijs interesse had in bloemen, planten en bomen, ook gevoed door zijn schoonouders, de familie Bosgraaf, boomkwekers in Bergum. 


Tijs Jansma leefde in dezelfde tijd als de Fries/Groningse tuinarchitect Lucas Roodbaart. Ik heb sterk het vermoeden dat hij ook een tijdje voor Roodbaart heeft gewerkt. Roodbaard werd in 1782 geboren in Groningen, waar hij met zijn echtgenote tot 1824 woonde, en was ingeschreven als tapper, hovenier en portretschilder. Vanaf 1819 was hij ook werkzaam in Friesland. Het gezin heeft lang in Leeuwarden gewoond, eerst aan de Eewal, later aan de sjiekere Nieuwstad. Er waren veel Friese en Groningers van adel die de tuinaanleg door Roodbaard lieten verzorgen. Een aantal bekende Friese families die hem in hun netwerken opnamen waren Buma en Oosting. Zijn stijl word 'romantisch' genoemd, vanwege de vijverpartijen en slingerpaden. Hij overleed in 1851. Na het overlijden van Roodbaard naam tuinarchitect Gerrit Vlaskamp de werkzaamheden over. De tijdgenoot van Vlaskamp was ongeveer dezelfde als van Tijs' zoon Sjoerd, die ook hovenier werd genoemd. Er zijn twee hoofdstukken gemaakt over deze Sjoerd Jansma. 


De jeugd van Tijs 

Tijs wordt als zesde en jongste kind geboren in het gezin van Sjoerd Doekes en Antje Tijsses, het kleermakers gezin uit Bergum aan de Schoolstraat. Vader Sjoerd Doekes was Meester Kleermaker, net als zijn vader Doeke Sjoerds Rignalda en grootvader Sjoerd Martens, en overgrootvader Marten Martens. Dus al vier generaties vóór Tijs waren kleermakers en hun vrouwen en dochters veelal naaisters van beroep. Tijs wordt ook opgeleid tot kleermakersleerling door zijn oudste broer Doeke, een tailleur en Meester Kleermaker in Burgum. Tijs was 4 of 5 jaar toen zijn vader overleed, en Doeke was toen 18 jaar. Tijs groeide op met zijn moeder Antje Tijsses, naaister voor haar zoon Doeke, en zijn oudere zusters Joukje en Baukje. Over deze meisjes en Doeke is al geschreven in het voorliggende hoofdstuk. Kleermaker Sjoerd overleed in 1748 in Burgum op 45 jarige leeftijd, en naaistertje Joukje was toen 17 jaar, en Baukje een jaar of 8. Tussen de beide meisjes zijn nog twee meisjes geboren, beiden ook Baukje geheten, die stierven toen ze geboren werden of kort daarna, want ze hadden al wel een naam. Oudste zoon Doeke heeft de zaak van zijn vader overgenomen, maar moest nog wel in de leer om Meester Kleermaker te worden. Waarschijnlijk genoot Tijs meer vrijheid dan zijn oudere broer - zijn zusters en broer hadden hun eigen werkplaatsen en zijn moeder Antje Tijsses kon zichzelf onderhouden door als wasvrouw voor de Napoleontische soldaten te werken. Vaak hadden deze kleermakersgezinnen ook een was gedeelte waar ze de was van meerdere gezinnen en instellingen wasten. Door deze relatieve vrijheid ging Tijs op zoek naar meer werk en kwam zo terecht bij de boomkwekers Bosgra. Deze tuinen lagen vlakbij hun huis, de Schoolstraat door en dan was je er al. Tijs werd ook boomkwekersleerling genoemd. Het is voor een jongen een heel verschil om in het halfdonker binnenshuis te moeten zitten naaien en tornen, als in de buitenlucht werken en de wind in de haren te voelen, zwarte nagels te krijgen en smerig te worden. 




1811 de naam Jansma wordt aangenomen.

 Bergum valt in die tijd onder het bestuur van de Fransen, en wordt Marie Bergum genoemd (Bataafse tijd 1795-1813) en als deel van Frankrijk (1810-1813). Hierin wordt wettelijk vastgelegd dat mensen een achternaam moeten hebben. Op vrijdag 27 december 1811, daags na Kerst, nemen de ongetrouwde Doeke Sjoerds en Tijs Sjoerds  de naam Jansma aan. Doeke is 36 jaar, en Tijs is 23 jaar. De naam Jansma - zou eigenlijk Sjoerdsma horen te zijn- komt voort uit de bloedlijn van de vader van moeder Antje Tijsses. Dit is al uitgelegd in het vorige hoofdstuk. 

Tijdsbeeld. 

Op 9 juli 1810 werd de dienstplicht ingevoerd onder Napoleon en mannen van 20-25 jaar en van een bepaalde lengte moesten zich melden. Op 10 februari 1811 moesten mannen die schipper, visser of zeeman zich bij de zeevaart milities melden waarvan sommigen direct naar de zee oorlogen werden gestuurd en anderen als reserves werden ingeschreven. Het werd natuurlijk een kaalslag voor veel gezinnen en een aantal beroepen werden door gebrek aan mankracht moeilijk uit te voeren. Op 10 oktober 1811 werd per Keizerlijk decreet bepaald dat er veel meer mannen in dienst moesten (Rusland). Uiteindelijk keerde het van de soldaten keerde niet terug. In die werden bakkers verplicht brood te bakken voor het leger, kleermakers bevolen de kapotte soldaten kleding te herstellen of te wassen, vaak tegen te lagen lonen. 

In 1812 volgde de Veldtocht naar Rusland en moesten de aankomende soldaten zich melden bij hun Maire  Bergum.  De garnizoensplaatsen waar deze soldaten naar toe werden gestuurd lagen vaak in Noord Frankrijk, en al lopend in groepen kwamen ze daar na weken aan. 

Site: www.friezen-onder-napoleon.nl

..."Wie voor actieve dienst kon worden opgeroepen werd bepaald door loting: de laagste nummers eerst. Zo werden achtereenvolgens  de  lichtingen 1809, 1810, 1811, 1812  en 1813  (de geboortejaren 1789 tot en met 1793) opgeroepen. In 1811 in totaal zelfs 10.000 man. Er waren een aantal vrijstellingen waarop hier niet nader zal worden ingegaan. Behalve de vermelding dat de dienstplichtige die vóór het decreet van 3 februari 1811 in het huwelijk was getreden was vrijgesteld. De wet op de dienstplicht was vrij ingewikkeld. Willekeur kwam herhaaldelijk voor...". 

.."De teruggekeerde gardes d'honneur, de zonen van de welgestelden, werden ontvangen met vlaggen, muziek en erebogen. Zij kregen de toezegging dat zij niet zouden worden opgeroepen voor de nieuwe vaderlandse Nationale Militie. Anders verliep het Jan Soldaat. Als hij pech had - en dat had hij vaak - dan werd hij aan de grenzen opgewacht door de sergeanten van die Nationale Militie. Dikwijls werd hij van desertie beschuldigd. Ook al was hij in het bezit van een Frans militair paspoort als bewijs dat hij op rechtmatige wijze uit het Franse leger of de marine was ontslagen. Hij werd voor de keus gesteld: dienst nemen in de Nationale Militie met als beloning een pot snert of de gevangenis in. Was hij daarna nog niet murw, dan werd hij dat wel na met de blote billen over een balk te zijn gelegd en door een sergeant met een stok bewerkt. Dat alles met verwijzing naar een besluit van de souvereine vorst Willem I dat teruggekeerde soldaten geen vrijstelling van dienstneming in de Nederlandse krijgsmacht hadden. Dat was iets vooruitlopend op het desbetreffend Koninklijk Besluit. Dat werd pas op 18 september 1814 genomen toen de meeste nog levende Nederlandse militairen in Franse krijgsmacht al waren teruggekeerd. Zoals aangegeven waren de vroegere gardes d'honneur vrijgesteld. Per slot van rekening hadden die veel geleden....". 

Interessant is waarom de naam Jansma in 1811 werd aangenomen wordt op de laatste dag van het jaar. In juni 1812 trok Napoleon met zijn Grande Armee naar Rusland waarvoor vele soldaten nodig waren. Er kwamen veel soldaten langs Noord Friesland en in Bergum werden soldaten gelegerd en er werd van alles gevorderd van de bevolking. Jongens werden dienstplichtig, paarden gevorderd, bakkers moesten brood uitdelen aan de soldaten die langs trokken naar Rusland. Er kwamen allerlei verplichtingen en belastingen, en de Staat eiste tellingen en wilde weten wie er achter de voordeur woonden. Er werd belasting geheven op ramen, deuren en kozijnen. Doeke en Tijs zouden ook opgeroepen kunnen worden, want het waren ongetrouwde mannen. Ze werden verplicht een achternaam aan te nemen vanwege de telling. Als kleermakers is het waarschijnlijk dat ze een deel van hun werk moesten besteden aan het maken en herstellen van legeruniformen, en het zou goed kunnen dat Tijs daardoor vrijgesteld werd van dienstplicht in het leger van Napoleon. Op deze manier kon hij aantonen dat hij nodig was als wasjongen en kledinghersteller. Hun zuster Joukje trouwde in maart 1812, een paar maand voordat de Grande Armee langstrok met de Meester Kleermaker Tjeerd Poutsma uit Burgum. Hun moeder Antje Tijsses overleed een paar maand later in 1812. Zeker is dat de ongetrouwde broers een jaar later in 1813 de rest van het verzwakte leger van Napoleon terug zag keren uit Rusland. Een verwarrende tijd waarschijnlijk, want tijdens het huwelijk van Joukje kon niemand vertellen waar moeder Antje Tijsses zich bevond.. 

Vraag: Het is niet bekend of Tijs Jansma soldaat onder Napoleon is geweest, maar het schijnt niet zo te zijn. 


De dienstplicht onder Napoleon

(site www.historischnieuwsblad.nl) Loting
..."Napoleon Bonaparte was vanaf midden 1810 ‘onze’ keizer, al wapperde de Franse driekleur in Limburg en Zeeuws-Vlaanderen al langer. In dat jaar ontsloeg Napoleon zijn jongere broer Lodewijk van de Hollandse troon en lijfde diens koninkrijk in – noch de verdediging van het vaderland, noch het verbod op de invoer van Engelse goederen was bij Lodewijk in goede handen geweest, zo oordeelde de keizer.

Na een korte overgangsperiode werd de wetgeving van het Franse keizerrijk per 1 januari 1811 onverkort van kracht in de voormalige Bataafse Republiek. Een van de dingen die voor de bevolking direct merkbaar waren, was de wet op de dienstplicht, die in Frankrijk al in 1798 was ingegaan.

Zodra jongens de leeftijd van twintig jaar bereikten, werden ze dienstplichtig. Of ze ook daadwerkelijk in het leger belandden, hing af van een aantal factoren. Wie te klein was of een te zwak gestel had, was niet geschikt. Daarnaast konden sommige jongens een beroep doen op een bijzondere regeling, omdat zij een oudere broer hadden die al in het leger diende, of de oudste zoon waren van een weduwe en bijdroegen aan haar levensonderhoud. Welgestelde personen konden een remplaçant aantrekken, die tegen betaling de legerdienst voor hen overnam.

Alle twintigjarige jongemannen die niet binnen deze regelingen vielen moesten deelnemen aan een door de civiele autoriteiten georganiseerde loting. Dat was een openbaar gebeuren, dat zich vaak afspeelde in grote zalen, in Rotterdam bijvoorbeeld in de Laurenskerk. Wie een laag nummer trok, moest daadwerkelijk opkomen voor het leger. Wie een hoog nummer trok, ontsprong – voorlopig – de dans...". 



1814 Het huwelijk van Tijs met Antje Okkes Bosgra.

 

In het jaar 1814 werd er driedubbel getrouwd door de Jansma’s, de tijd dat de Fransen verdreven waren uit Nederland. 

  • Op 18 mei 1814 trouwde Tijs Sjoerds Jansma met Antje Okkes Bosgra. Tijs is dan 25 jaar en Antje is pas 17 jaar. Een paar dagen had Tijs' bij het gemeentehuis moeten aangevend at zijn ouders daadwerkelijk overleden waren in een 'acte van bekendheid'. De getuigen waren de neven Tjeerd Geert van der Meulen en Jelmer Geerts van de Meulen.  (Jelmer Geerts van de Meulen komt later ook weer voor in de stamboom, want hoe wil het toeval, de kleinkinderen van Jelmer en Tijs trouwen ook nog eens met elkaar in 1872... )  Antjes' ouders, de familie Bosgra hadden een goedlopende grote boomkwekerij in Bergum. 

Tijs was in die tijd ook veel buiten te vinden, en het knellende stijve kleermakersberoep kon hij na de Franse bezetting van zich af laten glijden. Zijn moeder was overleden, en zijn broer wilde waarschijnlijk dat hij zichzelf nu ging onderhouden. Tijs werd al als leerling boomkweker beschouwd en moet een oogje hebben gehad op de jonge Antje van 16 jaar. Zij raakte zwanger van hem en dit moet in het dorp behoorlijk hebben ingeslagen, want Okke uit Australië weet zich nog te herinneren dat zijn grootvader Okke Jansma (Suamar 1874-1943) dit vertelde over deze schande. Antje was een goed opgevoed meisje, ze kon lezen en schrijven en zeker een goede partij. Antjes vader, Okke Tietes Bosgra was 43 jaar en recent in 1812 weduwnaar geworden. Het lag allemaal vrij gevoelig, want Okke Tietes huishoudster was ook zwanger van hem geworden. In dit hoofdstuk wordt hierop verder ingegaan bij het sub hoofdstuk over Antje Bosgra. In ieder geval worden deze kindjes bijna tegelijkertijd geboren, en noemen Tijs en Antje hun dochtertje Trijntje Tijsses Jansma, en Trijntje werd vernoemd naar Antje's overleden moeder.  Trijntje werd op 21 januari 1815 geboren. In totaal krijgen Tijs en Antje 10 kinderen, maar hierover later meer. 

  • Op 29 november 1814 trouwden zijn broer Doeke Sjoerds Jansma met weduwe Maria Procé (39 en 40 jaar) en zijn zus Baukje Sjoerds Jansma met Albert Teunis van der Kooi (30 en 35 jaar). Twee bruidsparen op dezelfde dag, de reden is misschien dat het goedkoper was. Doeke trouwde met Maria, de weduwe van Meester Kleermaker Arjen van Dijk, en ze nam twee jonge kinderen mee. Doeke en Maria zetten de kleermakerszaak voort. Baukje trouwde een veenbaas en schipper uit Garijp, ook een weduwnaar wiens vrouw in het kraambed of vlak ernaar overleed. Ook deze weduwnaar had drie jonge kinderen. Baukje en Teunis kregen niet meteen kinderen, maar dat duurde tot 1817, en dat meisje overleed ook vrij snel. Daarna werden nog wel vier kinderen geboren in de Van der Kooi familie en ook Doeke en Maria kregen nog twee eigen kinderen.

Okke: 

...."Jawis, doe ik yn de skoalle fakansjes fan de ULO by Anne Bosgra’s “Iephof” wurke en de frucht beamkes inte, hienen alde Anna en ik it ek wol ris oer de famylje en hij doe ek wat in grutte skande it yn dy tiid wie dat Antje trouwe moast mei Tijs Sjoerds en Okke Bosgra de griente tunker fertelde my yn 1995 ek nog oer de skande fan dat houlik ensa. Wol nijsgjirrich eins net, nei safolle jierren.  Wat in frou hat dy Antje Bosgra ek west, se hat safolle fertriet meimakke en sunt 1855 oant har ferstjerren yn 1891 by har soan Okke Thijsses ynwenne yn Suamar en der ek begroeven – en nog 94 wurde ek...". 


Afwikkeling van de erfenis van Antjes moeder 

Tresoar: ..."1818 Bergum, notaris Gerrit Wilhelmij Gemeente: Tietjerksteradeel Koopakte.  Betreft de verkoop van een erfenis, koopsom fl. 100 - Antje Okkes Bosgra te Bergum, gehuwd met Thijs Sjoerds Jansma, verkoper - Okke Tietes Bosgra te Bergum, koper..". 

Antje en Tijs hadden een erfenis gehad en hadden het geld nodig. Het kan zijn dat het uit de nasleep van het overlijden van haar moeder voortkwam en de hele erfenis verdeeld moest worden na 1812. 


Het leven van Tijs en Antje

Het is gemakkelijk om vanuit een overzicht in de stamboom te kijken naar kinderen en nakomelingen. Bij Tijs en Antje werden 10 kinderen werden geboren, waarvan er 3 kinderen heel jong stierven, maar dat was toen Antje ook al aardig op leeftijd begon te komen. Waarschijnlijk heeft ze dit gevoelsmatig ook aangevoeld dat het tijd werd dat ze geen kinderen meer kreeg, want haar oudste kinderen waren getrouwd en hadden ook al weer kinderen. Maar de natuur laat zich niet dwingen, en op haar 43 jaar, in 1840, werd zoon Doeke geboren, en hij stierf na 5 dagen. Het werd een vruchtbaar huwelijk en ook de nakomelingen kregen veel kinderen. In totaal tel ik 50 kleinkinderen en nog meer achterkleinkinderen. Antje werd tenslotte 94 jaar..!  In de naamgeving van de kinderen van Tijs en Antje is een mooi ritme te zien zoals dat vroeger gebruikelijk was. Het echtpaar nam de kinderen als vanzelfsprekend op, en als een geschenk van God. 

Het leven is niet zonder slag of stoot aan Tijs en Antje voorbijgegaan. Tijs broers en zussen, evenals Antje’s broers en zussen kregen ook veel kinderen, en ik denk dat ze van gezelligheid hielden en er een slokje op namen als er een kind in de familie werd geboren. Er stierven in de familie ook veel kinderen door uitbraken van epidemieën, zoals de runderpest en tbc. 


Ze zijn altijd blijven wonen in Bergum, en het is niet bekend of ze verhuisd zijn, maar dat ze aan de Schoolstraat woonden zoals veel Jansma's en Bosgra's is bekend. 

..."BERGUMER-NYESTAD,  prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en ruim 5 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum. Het is eene der oostelijke buurten, waaruit het d. Bergum bestaat; met twee aanzienlijke boomkwekerijen. ook worden er vele groenten en tuinvruchten geteeld, zoodat deze buurt Leeuwarden des zomers van geheele scheepsladingen fruit, aard- en boomvruchten voorziet..."

Aanlegger van tuinen. 

Sinds zijn huwelijk in 1814 werkte Tijs Jansma een tijd lang bij Okke Tietes Bosgra en dus zijn schoonvader. Hij ging toen niet verder met het kleermakersberoep, een beroep en vaardigheid dat sinds Marten Martens uit Drogeham al 4 generaties in de familie was. De familie Bosgra was vaker de uitvoerder van de de Fries/Groninger tuinarchitect Lucas Roodbaard, een tijdgenoot van Tijs. 

Lucas Pieters Roodbaard

Er is veel te vinden over Lucas Roodbaard op internet, en het bijzonder mooi dat zijn tuinen steeds meer in ere worden hersteld. Tijs wordt ook aanlegger van tuinen genoemd, maar hij is geen architect van tuinen en dat was Roodbaard wel.  Het zou aardig zijn wanneer de werklijsten van Roodbaard, of de arbeiderslijsten van Okke Ties Bosgra ingekeken konden worden, want ik ben nieuwsgierig of de namen van Tijs en Sjoerd Jansma uit Bergum hierin ook genoemd worden in de periode van 1814 tot ongeveer 1821. Een aantal buitens in Noord Friesland zouden hiervoor in aanmerking komen zoals het buiten in Veenklooster, omdat O.T.Bosgra als uitvoerder werd genoemd:

  • Fogelsangstate in Veenklooster. Deze tuin werd uitgevoerd tussen 1838 en 1848. Tijs was toen 50 jaar maar nog goed in staat te werken. Aan Fogelsangstate heeft ook Vlaskamp meegetekend. Tijs zou hier in theorie nog gewerkt kunnen hebben, want in die tijd werd hij weer arbeider genoemd. Misschien heeft zijn zoon Sjoerd hier gewerkt in die tijd


http://http://www.roodbaardsrijkdom.nl/library/media/1-1412111112-424%2001%20413%20fogelsangh%20state%20111208.pdf



Okke 7-5-2015

 

.....'Ik bin der ek seker fan dat de Vlaskamp jonges Tys Sjoerds Jansma kint ha en miskien ek wol mei mekoar oan ferskillende tunen wurke ha’.....


  • In Groningen komt het Westerkwartier in aanmerking. Op de hoge zandruggen stonden veelal herenhuizen en huizen van de gegoede burgerij. Het gebied was moeilijk begaanbaar, en vrijwel alleen te bereiken via de vaarweg tussen Friesland en Groningen, via de trekvaart naar Stroobos. Roodbaart was bekend met het buiten Nienoord, de buitenplaatsen Rikkerda (bij Lutjegast) en Faan (bij Niekerk), allen verbonden via deze trekvaart. Via deze tuinen en het bijbehorende opdrachtwerk zou ook Tijs daar gewerkt kunnen hebben. Tijs zoon Sjoerd was ook bekend met deze streek, want zijn tweede vrouw was de dochter van de kastelein uit Niezijl (getrouwd in 1858). Sjoerd was naar mijn idee minder geïnteresseerd in de tuinen alswel in de tapperijen en herbergen, ook omdat hij dit beroep uitoefende naast boomplanter. Deze trekvaart van Stroobos naar Groningen gaat over in het Hoendiep, en de beplanting voor de tuinen werden vaak vervoerd per trekschuit. 


Een concurrent van de familie Bosgra is ongetwijfeld de kwekerij van de  firma Wijbren Krijns en Co. uit Joure geweest. Ook zij vervoerden bomen per schuit naar de verschillende buitenplaatsen, en ook zij hielden betalingen en uitvoering in kasboeken bij. Deze kwekerij voer zo ook naar Hegebeintum wat op zich een grote afstand was voor een firma uit Joure. De vader van Gerrit Vlaskamp was wel als hovenier betrokken bij dit buiten vanaf 1778.

  •  Bij Stania State in Oenkerk was Roodbaard betrokken, en het hangt van de lijst van kweker Bosgra af of zij ook leverden aan dit buiten. Dit geldt ook voor De Klinze in Oenkerk
  • Toutenburg (Tytsjerk) en Vijversburg (Rijperkerk) zouden qua afstand prima passen om door de kwekerij van Bosgra te worden bevoorraad, maar toch wordt hier de firma uit Joure genoemd die de bomen en stuiken leverde in 1843. Wel is Gerrit Vlaskamp later meer bij dit buiten betrokken rond 1843. Vijversburg behoorde toe aan de familie van Nicolaas Ypeij, en Tijs' zoon Sjoerd pachtte van deze familie de nieuw gebouwd boerderij in Noordburgum aan de rand van de heide. Nog een aantal buitens in Trynwâlden zijn ontworpen door Roodbaard, maar het is niet duidelijk voor mij wie de leveranciers van de beplanting waren. Ook hier zou Tijs tijdelijk hebben kunnen werken.











Tekening van Lucas Roodbaard, en de heersende romantische tuinmode, ook wel Engelse tuin genoemd. 















Stania State in Oenkerk, misschien heeft Tijs hier gewerkt als hovenier in opdracht van Roodbaard. Onderstaande afbeelding is van de Schierstins uit Veenwouden, ook aangelegd door Roodbaard. 









Vanaf hun trouwdag in 1814 tot 1824 in Bergum. 

De moeilijke jaren zullen er zeker geweest zijn, maar vanuit genealogisch oorzaak zijn zeker de jaren te noemen waarin de er veel kinderen achter elkaar stierven. Om ergens te beginnen neem ik het jaartal 1821, waarin dochter Antje wordt geboren, het 4e kind. De oudere kinderen zijn dan tussen 9 jaar en 2 jaar oud, drie in totaal. Tijs wordt geen boomkweker of arbeider genoemd maar kleermaker! Wat gebeurde er in 1821, en wat zijn de leeftijden in de familie? Tijs en Antje zijn 33 en 24 jaar. Het probleem kan hem liggen in het tweede huwelijk van Antjes' vader Okke Tietes Bosgra, met de huishoudster Tjitske de Wilde, en dan vooral de afwikkeling van de erfenis. De familie valt uiteen, in voor en tegenstanders van dit huwelijk. 


...."De kinderen uit het eerste huwelijk die hierdoor blijkbaar nogal ontstemd waren vroegen hun erfdeel op en uit deze kinderen is de andere tak van het geslacht Bosgra ontstaan die een kwekerij op de Nieuwstad en later op de Noordersingel (Frisia) in Bergum in bezit hadden, Tiete Okkes Bosgra gaf leiding aan deze kwekerij. Het derde kind van Okke Tietesz. Bosgra en Tjitske de Wilde, Anne Okkesz. Bosgra, zette het bedrijf aan de Nieuwstad voort...."(Joh.Bosgra, site  http://http://www.johannesbosgra.com/boomkwekerij.htm ). 

Tijdelijke woning in Suamar rond 1824-1828 en weer kleermaker

Tijs heeft zich met Antje waarschijnlijk terug getrokken en dat resulteerde dat hij niet meer bij de Bosgra's werkte, en zich weer kleermaker ging noemen, maar dat zal geen vetpot zijn geweest. Wat opvalt is dat ze verhuisd zijn na 1824 met hun kinderen naar Suamar en Tijs ook daar kleermaker was. Hun zoontje Tiete, geboren in 1828, werd geboren in Suamar (vader 'kleermaker te Suamar') maar 9 maanden later overleed het kind, en was de woonplaats weer Bergum. (De aangevers van de dood van Tiete waren de geburen Sible Sjerps van Dam, koopman en 46 jaar, en Sentje Pieters Meijer, kleermaker van 32 jaar en genoemd als geburen te Bergum). 


Vanaf 1837 tot 1841 Tijs is weer arbeider in veelbewogen jaren

 In augustus 1830 woonden ze nog steeds in Bergum en wordt Tjitske geboren. Kennelijk is Suamar een tussenstation geweest.  Er is verder niemand in de familie die Tjitske heet, behalve de tweede vrouw van Antjes vader - Tjitske de Wilde. Volgens de site van Joh Bosgra, nakomeling van Okke Tietes, was Tjitske een fleurige meid. Misschien zijn de familiezaken bijgelegd, en werd het dochtertje naar Tjitske vernoemen als blijk van vertrouwen.. Het zijn gedachten want in het echt zullen we het nooit weten.. (Kleine Tjitske wordt aangegeven door de arbeider Pieter Spoor en baardscheerder Petrus Feitsma allebei uit Bergum en de vader wordt kleermaker genoemd). Na 1837 wordt Tijs weer arbeider genoemd, en hij is dan 49 jaar oud. Misschien heeft het ook met de ogen te maken, want kleermakers werken vaak binnen en het niet bekend of er toentertijd al brillen bestonden voor de gewone mensen. 

In 1839 overleed hun zoontje Duco, 2 jaar oud, en het huisnummer in Bergum is bekend: 132. 

Zijn eerste kleindochter Antje Veenstra wordt geboren als Tijs 51 jaar is (1840), ze is het kind van zijn dochter Trijntje en schoonzoon de timmerman Veenstra. Nogmaals wordt zijn eigen vrouw Antje zwanger, als ze 43 jaar is, maar hun laatste en 10 e kind, Doeke, leeft maar 5 dagen in augustus 1840. Ik spit dit jaar wat meer uit, want er zijn weer opmerkelijke gebeurtenissen.

In 1840 is Tijs 52 jaar en zal hij het jaar als een mallemolen vol familiegebeurtenissen hebben beleeft:

  • Kleine Doeke (het jongetje wat overleed als zuigeling) wordt geboren op 8 augustus 1840
  • Een paar dagen daarna trouwt zijn zoon Okke Jansma, schippersknecht van 21 jaar uit Bergum met Janke Wadman op 12 augustus 1840. Getuigen waren neef Pieter Wadman, koopman uit Bergum en aanwezig was onder andere Jankes voogd Jan Wadman de kastelein uit Bergum, maar de ouders van Okke niet. 
  • Kleine Doeke overlijdt op 13 augustus 1840, daags na deze trouwerij, waar Tijs en Antje niet bij konden zijn. Deze trouwerij en het overlijden van het kind werden tegelijk gemeld bij de gemeente….

Het jaar erop, als Tijs 53 jaar is, trouwt zijn andere zoon Sjoerd Jansma met Maaike Wadman in 1841. De kleinkinderen blijven maar geboren worden in deze vruchtbare familie. Gelukkig krijgen Tijs en Antje zelf geen kinderen meer. … 

Doeke, de broer van Tijs

Tijs’ oudere broer Doeke overleed op 67 jarige leeftijd in Bergum en Tijs is dan al meerdere keren grootvader en is 54 jaar. Doeke is altijd het grote voorbeeld van Tijs geweest, samen zijn ze in hetzelfde jaar getrouwd (1814) en samen hebben ze besloten de naam Jansma aan te nemen (1811).  Beide broers hebben het vak kleermaker uitgeoefend. Het overlijden van Doeke, in 1843, is waarschijnlijk een gevoelige klap voor Tijs. Niet alleen zijn broer Doeke sterft, maar ook diens vrouw Maria en hun jonge zoon, de soldaat Sjoerd Jansma van 26 jaar. Opeens was de hele familie van zijn broer Doeke er niet meer. Alleen de dochter van zijn broer, Antje Doekes Jansma, trouwde (met Jan harder, polderwerker) en kreeg kinderen. Het spoor van Jantje en haar kinderen loop dood in Groningen in Kloosterburen, Jantje overleed en Jan hertrouwde. 

Schoondochters Wadman overlijden

Dan de ellende in de familie van zijn zoons Sjoerd en Okke, beiden verliezen hun vrouw en blijven achter met veel jonge kinderen. In 1849 sterft schoondochter Janke Wadman, de vrouw van hun zoon Okke de beurtschipper in Suamar, waardoor deze achterblijft met 4 jonge kinderen. In 1850 sterft hun kleinzoon Sikke Jansma van 5 jaar, het kind van hun zoon Sjoerd. In februari 1855 sterft de andere schoondochter, Maaike Wadman, vrouw van hun zoon Sjoerd, die achterblijft met 7 jonge kinderen in een net gepachte boerderij.. Sjoerd en schoondochter Maaike hadden al veel meegemaakt, namelijk een faillissement van hun herberg Huistenbosch in Bergum en het bijbehorende boerenbedrijf.Er is een apart hoofdstuk gewijd aan Okke de beurtschipper en Sjoerd Jansma. Het overlijden van de schoondochters heeft waarschijnlijk te maken hebben met een landelijke epidemie. Tijs zelf overlijdt in ook in 1855 in Bergum maar in juni en hij werd 67 jaar oud, in Bergum. 

Antje werd stokoud, 94 jaar is in die tijd zeer hoog bejaard. Ze is in huis gehaald door haar zoon Okke Jansma de beurtschipper, die zelf toen ook al op leeftijd was, in Suamar. 

Tijs werkte dus eerst als kleermaker maar na zijn huwelijk veranderde dat in tuin aanlegger.Waarschijnlijk heeft hij de twee beroepen allebei uitgeoefend.  Hij overleed op 25 juni 1855 te Burgum. Hij werd 67 jaar oud. Antje Bosgra was 58 jaar toen haar man overleed. 















Albert Ankers, Zwitsers schilder (1831-1910)




Antje Okkes Bosgra van kind tot beppe



De foto van de oudste broer van Antje, Tiete Okkes Bosgra (1794- 1875 Burgum). Hij trouwde met Tjitske Lautenbach, zij overleed met 30 jaar na de geboorte van haar 6 e kind. Daarna huwde hij Grietje Graanstra. Hij was net als zijn vader eigenaar van de Bosgra Kwekerijen in Burgum.













Antje was het tweede kind van Okke Tietes Bosgra (1769-1842) uit Burgum. Okke, haar vader, is 72 jaar geworden. Er is een leuke site waarin de geschiedenis van de Bosgra’s wordt uitgelegd: www.johannesbosgra.com  . De ouders van Antje, Okke Tietes Bosgra en Trijntje Klazes kregen 8 kinderen waarvan 2 al jong stierven namelijk de tweeling Jan en Trijntje Bosgra. Okke neemt voor zichzelf en zijn kinderen de naam Bosgra aan in 1811. 


Okke

...'Al efkes betinke dat Antje net yn Garyp berne is mar yn Burgum berne is op 14 Jan. 1797 en doopt op 12 Maart 1797 troch dumny Gerrit Houwink yn de Herfoarme tsjerke ( de Alde Krusstjerke). Har alders wennen doe op  199 - dus yn it Easterlike part fan Burgum - Nieuwstad waard dat neamd en no ek nog. De famylje wie ek goed mei de tsjerke ferbun en dienen letter ek bot mei oan de skieding - de foarming fan de griffemearde tsjerke. Dat is dus ek oerslein op de Jansmas en it neiteam hat dat ek mei nei de USA toge fansels"......

Antje Bosgra is 14 jaar als deze tweeling van acht maanden na elkaar overlijdt. Antjes moeder sterft het jaar erop want ze is waarschijnlijk verzwakt door de geboorte van deze tweeling. Vader Okke blijft achter met 6 kinderen en huwt na enkele jaren de huishoudster, een herbergierdochter die van beroep naaister en huishoudster was. Volgens de site van Johannes Bosgra een fleurige vrouw met de naam Tjitske de Wilde ... 'een herbergiersdochter uit Oenkerk en van beroep huishoudster en naaister (Johannes Bosgra, site  http://http://www.johannesbosgra.com/boomkwekerij.htm ). 

De Bosgra’s hadden een florerende kwekerij in het centrum van Bergum, waar bomen en stuiken verkocht en aangeplant werden. Toen hun vader hertrouwde met de huishoudster werden de bezittingen veilig gesteld. De kinderen, waaronder ook Antje, eisten hun erfdeel en de kwekerij werd in tweeën gesplitst. 

....."De kinderen uit het eerste huwelijk die hierdoor blijkbaar nogal ontstemd waren vroegen hun erfdeel op en uit deze kinderen is de andere tak van het geslacht Bosgra ontstaan die een kwekerij op de Nieuwstad en later op de Noordersingel (Frisia) in Bergum in bezit hadden, Tiete Okkes Bosgra gaf leiding aan deze kwekerij. Het derde kind van Okke Tietesz. Bosgra en Tjitske de Wilde, Anne Okkesz. Bosgra, zette het bedrijf aan de Nieuwstad voort.

Toen Okke Tietes Bosgra in 1842 overleed liet hij zijn weduwe een groot bedrijf achter met meer dan 400.000 bomen. Het bedrijf had in voorraad 127.000 elzen, 47.000 eiken, 26.000 berken, 19.000 essen, 17.500 populieren, 12.700 populieren, 12.700 appel en perebomen, 6000 iepen en verder denen, beuken, kastanjes, lijsterbes, linden, larix. Daarnaast 56.000 stuks haagdoorn, 28.000 liguster..."(Johannes Bosgra, site  http://http://www.johannesbosgra.com/boomkwekerij.htm ). 


Antje heeft netjes leren lezen en schrijven. 

Okke:

.... 'Antje hat in moaije hântekening setten op har trou acte'...


Antje zal haar moeder erg hebben gemist, en met 17 jaar raakt ze zwanger. Haar vader en de huishoudster trouwen een paar dagen voordat Antje moet trouwen met Tijs Jansma. Wie weet wie er nog voor het meisje gezorgd heeft, want op haar vader hoefde ze niet te rekenen, die had het druk met zijn uitdijende bedrijf en alle medewerkers die aangestuurd moesten worden. Misschien heeft zelfs niemand het meisje voorgelicht, en dat ze erg geschrokken is dat ze zwanger bleek te zijn. Tijs werkte als leerling boomkweker en zal de serieuze Antje het hof hebben gemaakt en haar hebben doen lachen. Antjes broer Tiete was 19 jaar, en hij had ook geen vriendin zodat het praten over zwangerschap er niet in zat. De rest van de broers en zusjes was veel te jong om het te begrijpen. 

Okke Tietes Bosma zal zich wel even achter de oren hebben gekrabt toen er een jongeman, een werknemer nog wel, de familie binnenkwam. Zo zou hij meedelen met de erfenis van Antjes moeder. Misschien dat Okke Tietes daarom een paar dagen trouwde voordat Antje en Tijs ook hun huwelijk leiten registeren. Op 14 mei trouwen Antjes vader en Tjitske de Wilde, op 18 mei 1914 trouwt Antje en Tijs. 


Antje’s stiefmoeder , Tjitske Annes de Wilde, was een herbergierdochter, en haar ouders hadden een herberg in Oentsjerk. Even rekenen, Tjitske  de Wilde was 16 jaar ouder dan Antje, en Tjitske de Wilde 7 jaar ouder dan Tijs. Vader Okke, de weduwnaar, was 12 jaar ouder dan zijn tweede vrouw. Uit data blijkt dat Antje en haar nieuwe stiefmoeder Tjitske de Wilde bijna tegelijk bevielen van een hun eerste kind want er zit maar enkele dagen tussen. Door het gedoe met de erfenis was de stemming er niet veel beter op geworden. 


Antje en haar gezin

Van de alle 7 overlevende kinderen heeft Antje de bruiloft meegemaakt, behalve van haar zoon Okke. Zij was toen zelf aan het bevallen. Zeker heeft Antje gehoord dat haar kinderen ook weer kinderen kregen. Zoals eerder geschreven, het aantal kleinkinderen loopt in de 50, maar er stierven jammer genoeg ook velen. 

Antje heeft  veel voor haar grote familie gedaan. Ze was de zuster natuurlijk van Tiete Bosgra en eigenaar van kwekerij Frisia aan de Nieuwestad, en ze zal hem gevraagd hebben om haar zoons en kleinzoons werk te geven toen zij failliet gingen. Antje heeft er mede voor gezorgd dat een aantal Jansma's hun  grote gezinnen konden blijven voeden. 

Een moeilijke tijd voor Antje was in 1840, toen Antje 43 jaar was. In dat jaar was ze zwanger van haar jongste zoontje die geboren vlak voor het huwelijk van haar zoon Okke werd geboren, en de dag na het huwelijk al stierf. Antje zal, door doordat ze net bevallen was, misschien niet op het huwelijk zijn geweest.

Rond 1843, Antje is 46 jaar, kwamen er in de familie Jansma veel sterfgevallen voor, misschien door TBC of een andere besmettelijke ziekte. Haar vader stierf in 1842, en ze had drie jonge kinderen ten grave gebracht met Tijs. Antje heeft moeten inleveren toen ze het niet breed kregen thuis, want ze was gewend aan school, schrijven, en voldoende kleding en speelgoed als meisje. Toen haar man noodgedwongen weer kleermaker van beroep werd, hadden ze het niet breed. Maar ze heeft zich er goed doorheen geslagen. In de buurt woonden haar dochters Trijntje Veenstra en Tjitske Feenstra, beiden aan de Schoolstraat. Haar dochters Antje Wielinga woonde in Leeuwarden maar vertrok rond 1856 weer naar Bergum toen haar vader was overleden, en Joukje van der Berg woonde in Rijperkerk. Haar zoons Okke Jansma woonde in Suamar, en Sjoerd heeft een groot deel van zijn leven gewoond in Bergum maar vertrok met zijn twee vrouw naar Noord Groningen, naar Uithuizermeeden. Tiete Tisses was timmerknecht en winkelier in Bergum, waarschijnlijk ook aan de Schoolstraat. Antje overleefde haar dochters Antje Wielinga en Tjitske Feenstra. 

Antjes' halfzusje Trijntje, die zo mooi kon zingen volgens de Bosgra site en ook daarmee optrad in café Roodhert in Bergum, stierf met 25 jaar, wat een grote klap was binnen de familie. Halfzus Trijntje stierf ook in 1843, aan tbc. 



Acte uit 1842. 

Acte waar de verkoop startte van overleden Okke Tietes Bosgra, de vader van Antje Bosgra. Antje verkoopt als dochter, en haar zoon en Okke Tietes kleinzoon Sjoerd Jansma koopt grond van van de boomkwekerijen.

1842 Bergum, notaris Adrianus Alma Gemeente: Tietjerksteradeel Provisionele en finale toewijzing.  

Betreft de verkoop van 14 percelen onroerend goed te Bergum, koopsom fl. 15.999 

- Tjitske Annes de Wilde te Bergum, weduwe van Okke Tietes Bosgra, verkoper en  koper voor zich en in kwaliteit, tevens als moeder van en voogd over Anne en  Hendrik Okkes Bosgra 

- de erven Okke Tietes Bosgra, verkoper 

- Ybeltje Okkes Bosgra te Midwolde, Groningen, gehuwd met Oeds de Leeuw, koper 

- Trijntje Okkes Bosgra te Bergum, koper 

- Binne Tjeerds van Dijk te Bergum, koper 

- Tiete Okkes Bosgra te Bergum, koper (oudste zoon)

- Cornelis Harmens Lautenbach te Bergum, koper (familie van de oudste zoon)

- Sjoerd Tijsses Jansma te Bergum, koper (kleinzoon)

- Grietje Pieters Smids te Bergum, weduwe van Jan Jans Krol, koper   

Bron         : Tresoar Toegangsnr.  : 26 Inventarisnr.: 13012 Repertoirenr.: 165 en 172 d.d. 1 oktober 1842


 laatste jaren van Antje

Antje’s zoon Okke Tijsses Jansma heeft zijn moeder Antje in huis genomen;  Okke de beurtschipper en kruidenier die aan het rentenieren was.  Okke trouwde twee keer, en beide echtgenotes waren al overleden. Okke moet in de 70 zijn geweest toen hij zijn moeder in huis nam, zijn woning in Suamar.  Antje is op de respectabele leeftijd van 94 jaar in 1891 gestorven in Suamar waar Okke een half jaar later overleed. Antje was de moeder van vele kinderen, en geliefd bij klein- en meer dan 100 achterkleinkinderen. 

  

 



Albert Anker, Zwitsers schilder (1831-1910)















Foto van de site van Johannes Bosgra. De boomkwekerij Frisia aan de Noordersingel in Burgum van de oudste zoon Tiete Okkes Bosgra, en broer van Antje. 



Er staat: de handwerkwinkel van Katrine, mevrouw van der Kooi-Huizinga.  Het derde pand is de stal van voerman Atze Spoor. Daarnaast de oude herberg 'de Barak' genoemd, waar Wiebe Talman woonde (Wiebe'Jeltje). Weer een pand verder herberg 'de Ster' van Thijs Veenstra. 

Atze Spoor de voerman, had familie die getuige bij de geboorte van de dochter van Tijs en Antje in 1830. Zo kende iedereen elkaar daar aan de Sschoolstraat en de familie Spoor waren de buren van Tijs en Antje. 


Okke 23-11-2014:

Okke: 'De 2 cafes oan de Legewei ha’k dy al oer ferteld en yn de Barak ha Thys en Antje Okke Bosgra ek yn wenne'. 

Okke 14-1-2014:

 " Ik tink net dat Thys Sjoerds mei syn houlik op de tunderij wurke want hij wie kleanmakker doe hij trouwde( 25 jier ald) en syn broer Doeke Sjoerds( 14 jier alder as Thys Sjoerds) wie ek kleanmakker yn de skoalstrjitte yn Burgum en it kin ek wol west ha dat de bruorren tegearre wurken.

Antje har mem is yn Garyp berne en har stiefmem yn Oentsjerk.

Hjir ek nog in stikje oer Antje har heit Okke Tietes Bosgra. Antje moat wol in pienter frommeske west ha want dat sjochst ek wol oan har moaie hantekening  op it trouwbewiis.

Ik leauw fest dat de famylje, ek troch harren saken dwaan mei bekinde famyljes yn Ned. en ek de Fransen fansels, harren goed ynjoegen om it skriuwen en lezen te learen en de bern sille thus ek wol oefene ha mei it iene en oare tink want de skoalle fan dy tiid hie ek net safolle om de hakken.

Yn Antje har tiid wienen der nog gjin ryksskoallen en waarden troch de tsjerken fersoarge.

Sa wie it ek yn 1789, doe skipper Foeke Jacobs fan Sumar mei syn lyts skipke foar 8 goune, de nije underwizer foar Burgum - Pieter Minderts Jager mei syn guod ut Driezum helle en nei Burgum farde.

Hij wie eins gjin ofstudearre underwizer en krige ek min betelle der yn dat fine Burgum.

Mei de skoalle wet fan 1806 waarden der 4 rangen ynsteld foar skoallemasters mar master Jager hat nea in rang bihelle.

De skoalle der hie ek net bin goede namme want Jager stie der mar allinnich yn ien lokaal en yn de simmer hie hij sa'n 80 learlingen en by't winter wol 126.

Gjin wunder dus dat de skoalleopsjenner it underwiis matich en de skoalle te lyts fun - de bern sieten as hearingen yn in tonne en moasten ek faak stean omt der gjin romte wie te sitten.

Yn 1828 krige Pieter der in undermaster by en alde Pieter hat der oant 1 Jan. 1831 oan skoalle stien en sa'n 50 jier under wizer west doe se him der yn Burgum untslein ha en dy stakker ofdript ha mei in pensioentsje fan 200 goune yn't jier en sa is hij ek op 24 Juni 1837 yn Burgum ferstoarn.

As dat my oerkommen wie hie'k in stikmennig of foar de raap sketten of se it lemmet fan in goed mes yn de bealch raamt.

De dogeniten dyt dit flikten tsjin Pieter Jager wie de elite fan Burgum he en sieten ferdomme ek allegearre yn fjowerkant yn dy grutte tsjerke.

Pieter spile it oargel ek yn de tsjerke en mar goed ek wat oars hie hij syn gesin net fersoarge kint en hat him letter ek by de griffemearde tsjerke oansluten.

Hij hat altiten op numer 122 wenne.

Sa it is wol in 180 jier lyn Sytie mar fergeeemje it wurde der nog lilk om wylst ik dizze wurden no op it skerm smyt.

 

Archief Nedergerecht Tietjerksteradeel, informatieboek 1806

Datum: 31 maart 1806

 

Okke Tiettes Bosgra (OKKE TIETES BOSGRA), gardenier te Bergum, oud 36 jaar, verklaart dat uit zijn hok, staande op de enterij in 't Klooster, zijn geweer is gestolen; één van de arbeiders dacht dat Sake Hendriks (SAKE HENDRIKS), dienende bij Gosse Hinnes (GOSSE HINNES), huisman in 't Klooster te Bergum, de dader was; deze heeft ook bekend en het geweer teruggegeven; dezelfde jongen heeft ook bomen van deze aangever verkocht, die hij uit de enterij gestolen had

- Sake Hendriks, oud 14 jaar, bekent de diefstallen (tekent met x)

Origineel: Tresoar, toegang 13-38, inv.nr. 5, pag. 450 Op microfiche beschikbaar op studiezaal Tresoar. It originele stik is 2 siden lang en lest ek moai mei ek nog in goede hantekening fan Okke Tietes sels.


De kinderen van Tijs Jansma en Antje Bosgra.


1.     Trijntje Tijsses Jansma (21-1-1815 Burgum ) trouwde in 1839  in Burgum met Egbert Veenstra (28-6-1840 Burgum), timmermansknecht, beiden 24 jaar, nadat Egbert klaar was met de nationale militie. Ze kregen 8 kinderen maar niet alle kinderen overleefden de zuigelingentijd. Antje, Egbert, Tijs, Grietje, Grietje en Ritske Veenstra waren de kinderen die het tot volwassen leeftijd haalden. De Veenstra’s woonden in Burgum. Egbert Veenstra werd ten tijde van de eerste geboorte nog timmermansknecht genoemd, bij de geboorte aangifte van de andere kinderen werd hij timmerman genoemd. Op de foto in dit hoofdstuk is hun zoon de herbergier Tijs Veenstra te zien met zijn vrouw en tevens zijn nicht Trijntje Sjoerds Jansma. 

Trijntje overleed op 22-3-1903, 88 jaar. Egbert op 31-1-1893, 78 jaar. 



2.      Sjoerd Tijsses Jansma (21-12-1816 Burgum) trouwde twee keer, in 1841 met 24 jaar en in september 1858 met 41 jaar in Burgum. Hij kreeg met deze echtgenotes in totaal 13 kinderen. Door de vele sterfgevallen werd het een gecompliceerd gezin. Er zijn twee hoofdstukken gewijd aan Sjoerd Tijsses Jansma. Sjoerd werd kastelein, boer, koopman, landbouwer en aanlegger van tuinen bij de Bosgra’s in Burgum en Uithuizermeeden en hij is mijn voorouder. 

Sjoerd overleed als weduwnaar in Burgum op 25-6-1902 op 85 jarige leeftijd, en hij had zowat al zijn kinderen overleefd. 



3.     Okke Tijsses Jansma(28-3-1819 te Burgum)  trouwde twee keer, in 1840 en mei 1858 in Burgum. Hij kreeg met zijn echtgenotes in totaal 6 kinderen. Hun gezinnen woonden in Suamar en Okke was veer- en beurtschipper vice versa Suamar en Leeuwarden. Zijn eerste echtgenote Janke had in Suamar een winkeltje aan huis. Okke en zijn broer Sjoerd waren getrouwd met de nichtjes Wadman.  Er is een hoofdstuk gewijd aan Okke Tijsses Jansma en hij is de voorouder van Okke Jansma uit Australie. 

Okke overleed in Suamar op 29-1-1892, 72 jaar. 

Okke: 

....‘’ Okke en Sjoerd wienen bruorren, en hie ek nog fergetten dat harren heit doe hij trouwde mei Antje Okkes Bosgra, kleanmakker wie yn Burgum krekt lykas as syn heit, pake en oerpake earder..."



4.     Antje Tijsses Jansma (27-11-1821 Burgum ) trouwde in 1845 met Johannes Sipkes Wielinga (5-9-1814 Burgum), timmerknecht te Burgum. Antje was dienstmeid, en woonde toen in Hurdegaryp. Johannes was zoon van de Meester schoenmaker Sipke Lammerts Wielinga. Johannes en Antje waren respectievelijk 31 en 23 jaar tijdens hun huwelijk. Ze kregen 3 kinderen, genaamd  Sipke, Tijs en Rinske Wielinga en woonden in Leeuwarden tot Antjes vader overleed in 1855. Tijs en Rinske overleden vrij jong, en een volgende dochter en zoon werden ook weer Rinske en Tijs genoemd. Nadat ze in Burgum woonden werd hun jongste zoon Tijs Wielinga geboren. 

Johannes Wielinga overleed op 31-1-1893 in Burgum, op 68 jarige leeftijd. De sterfdatum van Antje kan ik niet vinden. 


5.     Joukje Tijsses Jansma (5-1-1824 Burgum) trouwde in 1849 in Burgum met Wybe van der Berg uit Veenwouden, Wybe en Joukje waren resp. 26 en 24 jaar oud tijdens hun huwelijk. Ze kregen 8 kinderen; Tys, Auke, Trijntje, Okke, Antje, Hendrik, Albert en Albert van der Berg. Enkele kinderen zijn beroemde hardrijders zoals Tys van der Berg, Okke van der Berg en Trijntje van der Berg.  Wybe van der Berg  was veerschipper, en het gezin woonde in Rijperkerk (Ryptjerk). 

Wybe  overleed op 31-8-1896 in Rijperkerk, op 72 jarige leeftijd. Joukje werd weduwe, en overleed op 81 jarige leeftijd in Rijperkerk Ryptjerk op 2 mei 1906. 


Okke 13-9-2015

..."Ha Sytie,
Famylje fan us hat hjir ek nog oan meiwurke.  
www.boredpanda.com/tunnel-bridge-oresund-link-artificial-island-sweden-denmark'..... 


..."Lieuwe Okkes Van den Berg ( hat ek nog ferkearing han mei us Rixt) hat hjir ek wurke as uitvoerder - wenne doe ek yn Denemarken mar no wer yn Drachten mei frou Els.
Skitterend stik wurk he".....

Okke 14-1-2013

......."Okke van den Berg ut Ryptsjerk ( syn mem wie Joukje Jansma) ried altiten op houtsjes en hat sa syn pleats en fee by mekoar riden, syn oare sibbels koenen ek tige goed hurdride en syn heit sei ek ris tsjin Okke, doe 18 jier en hie krekt yn Ljouwert in gouden horloazje wun – och heare al wer in horloazje, want syn aldere broer Thys hie ek el ien earder wun.
Nuver dat safolle fan dy hurdriders ut skippersfamyljes kamen – dat wie har ek sa en de Brouwers, Venemas, Zijlstras ensf. ensf – it sit yn de genen leave"..........

Okke: 

........"Oaren ha my ek in protte ferteld. Wer in oaren ien wie Okke van den Berg, soan fan Wiebe en Joukje Jansma ( dochter fan Thys J. en Antje Bosgra) Okke wie de beromte koarte baan hurdrider. Dy ferhalen en protten moaie alde fotos ha'k hjirre ek".


6.     Tiete Tijsses Jansma (5-1-1828 tot 30-12-1828 Burgum). Jongen van 3 maanden, overleden.


7.     Tjitske Tijsses Jansma (29-8- 1830 Burgum ) trouwde met Harmen Feenstra (1827 Garyp). Ze hadden een winkel in Garijp. Uit het huwelijk werden 9 kinderen geboren; Jan, Tijs, Trijntje, Jan, Antje, Sjoerd, Antje, Meisje levenloos en Baukje Feenstra. Er stierven 5 kinderen toen ze nog heel jong waren, en een jongetje van 5 jaar. Volwassen werden Tijs, Trijntje, Antje Feenstra. 

Tjitske was voor haar huwelijk huishoudster bij het gezin van haar broer Okke en Janke Jansma in Suamar. 

Tjitske werd maar 55 jaar oud, waarschijnlijk uitgeput van de vele kinderen. Antje de jongste dochter was 21 jaar toen haar moeder overleed. 

- Memories kantoor Hardegarijp, overl. jaar 1886 Gemeente Tietjerksteradeel   Overledene  : Tjitske Jans Jansma Overleden op: 7 februari 1886 Wonende te  : Bergum   Er behoorde onroerend goed tot de nalatenschap  



















Een prachtige foto uit 1920 in  Burgum met links staand de zoon van Trijntje Jansma en Harmen Veenstra: de herbergier Thijs Veenstra met hoed en sigaartje. De buren aan de Lageweg ten zuiden van de Schoolstraat in Burgum richting Burgummerdaem staan op de foto. Deze foto wordt ook beschreven bij het hoofdstuk over Sjoerd Jansma (2e huwelijk met Jantje Linthorst), omdat zijn dochter Trijntje Jansma getrouwd was met haar neef de herbergier Tijs Veenstra. Trijntje zit met gouden oorijzer parmantig aan de tafel. Hun dochter Welmoed staat naast haar vader. Welmoed was geestelijk en lichamelijk achtergebleven.  De foto wordt verder beschreven bij het hoofdstuk van Sjoerd Tijsses Jansma en Jantje Linthorst. 

8.      Tiete Tijsses Jansma (15-8-1833) trouwde in 1861 met  met Baukje Klazes de Vries, beiden 27 en 21 jaar. Samen kregen ze 6 kinderen;  Sjoukje, Tys, Klaas, Antje, Lamkje, Trijntje, Joukje en Tjitske. Tiete was lang timmerman te Burgum, daarna koopman,  maar bij zijn overlijden 30-8-1897 in Burgum werd hij winkelier genoemd. 

Dochter Sjoukje, dienstbode,  huwde  de Bergummer slager Jan Jans Wymenga, Tijs huwde Klaske Feenstra, Klaas huwde Antje de Vries van Veenwouden, Lamkje werd dienstbode in Rauwerderhem en trouwde met Dirk de Jong, Trijntje overleed al met 7 jaren, Joukje huwde Pieter Staal uit Wognum Noord Holland, Tjitske huwde Gerrit Dillema uit Hurdegaryp. 


9.      Duco Tijsses Jansma (1837-1838) werd 20 maanden oud


10.  Doeke Tijsses Jansma (1840-1840) is niet eens aangeven, overleden na 5 dagen. Duco en Doeke werden vernoemd naar Tijs' oudste broer. 




Okke 11-3-2013

"Moarn Sytie,
Dit is in stikje ut in briefke fan Rense Okkes van den Berg ut de Gerdyk – in fiere achterneef wert ik ek al jierren mei briefwikselje.
Rense syn oerpake wie Okke Wiebes van den Berg ut Ryptsjerk, soan fan Wiebe van den Berg en Joukje Thysses Jansma, de beromte kampioen koarte baan reedrider.
 
(Rense van der Berg)...."No de direkte oanlieding foar dit stikje. It is eins mar ûnnoazel, mar ik fûn it dochs wol nijsgjirrich, dat ik stel dy de fraach dochs mar. Doe't tante Janke v/d Meer, dy't troud west hat mei Gjalt Hoekstra fan de Hearrenwei (Sumarreheide) yn septimber stoar, haw ik wat âlde streekromantsjes krigen. Neat bysûnder mar der spilet ien yn Sumar sels, "De Flearmûzen" fan J. Y. Gietema. Neffens tante soe dit ferhaal slaan op in femylje, dy't echt yn Sumar wenne hat. Do komst dêrwei, kinst dit boekje en witst hokker femylje dat wêze soe?
Nijsgjirriger fûn ik de namme "Okke Duvel". Der wurdt yn de kroech praat oer wat der bard is mei de Andringa-froulju en de boerefeint Ids, it sitaat:
"Okke Duvel", ornearret, dat dy Ids in leffe fint is, it ophingjen net iens weardich" (bls. 211).
Mear stiet der net yn, en der ha fêst mear Okke's yn Sumar wenne, mar by de namme Duvel moast ik dochs efkes tinke oan de eigenskip fan guon Jansma's om goed swart sjen te kinnen. Ús heit en pake koene dat alteast goed en ús heit tocht dat dat benammen fia Joukje Jansma binnenkaam wie. Ast ús heit swart seach, wiene myn kammeraten benaud. Seit de namme dy wat? Sa't ik al skreau, der ha mear Okke's yn Sumar west en by de Bosgra's bestiet de namme ek noch, mar it like my dochs im moaie oanlieding...".
 
'Ik ha it stikje hjirre boppe mar efkes trochstjurt nei Dirk Strijker yn Sumar – hij hat in soad oer Sumar utpluze en mei de skiednis groep der sille se dit jier en in boek oer Sumar utjaan.
It sil my benije wat Dirk utfine kin oer dizze saneamde Okke Duvel.
Ik bin der hast seker fan dat der allinnich mar Okkes ut laach Jansma yn Sumar wenne ha en gjin Okke Bosgras.
Fan de de 6 Okke Jansmas dyt oait yn Sumar wenne ha, wit ik de skelnamme / bynamme mar fan ien Okke en wol Okke Teades Jansma dyt Okke Fuddie bear yn de folksmule neamd waard en werom wit ik ek net iens.
Dit wie gjin duvel fan in man mar in hiele guodlik minske en wat oan de stadiche kant – ine fan syn susters wie Bintje – Bintje Ierappel wie har bynamme.
Us heit koe us ek niks fertelle oer skelnammen fan syn heit, pake of oerpake".
















Schilder Jan Jansma - waarschijnlijk geen familie van deze tak-. http://janjansma.nl/




Jay Joder, 5th generation (Jelmer Jansma- August John Jansma- John August Jansma - Nanci Jansma- Jay Joder) from California, the time he was in the army, visited the grave! 


Jay and his cousin Tyler Williams (5th generation Jelmer Jansma- August John Jansma- John August Jansma - Shelly Jansma- Tyler Williams), toghether at the grave of Wytske! 




























Sijtie visited the grave, found it! April 2012, Bergum, The Netherlands. 


Het graf is geruimd, toen ik er in augustus 2015 keek, ik deed toen de stadswandeling in Bergum.